De biologische moeder verzocht om omgang met haar minderjarige zoon, die niet meer onder haar gezag valt. De rechtbank stelde bij eerdere beschikkingen een informatieregeling en een voorlopige omgangsregeling vast, waarbij de moeder maandelijks een kaartje aan de minderjarige mocht sturen. Diverse mondelinge behandelingen en rapportages toonden aan dat het kind momenteel ernstige traumaproblematiek en gedragsproblemen heeft, waarvoor sinds eind 2024 een traumabehandeling loopt.
De William Schrikker Stichting (WSS) en behandelaars stelden dat direct contact, fysiek of via beeldbellen, niet in het belang is van het kind omdat dit zijn stabiliteit en behandeling negatief kan beïnvloeden. De minderjarige zelf gaf aan geen contact met zijn moeder te willen uit angst dat zij hem zou opsporen en meenemen. De moeder betwistte dit en wilde het contact uitbreiden, maar erkende ook de beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot direct contact moet worden afgewezen omdat omgang nu ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind, conform artikel 1:377a lid 3 BW. Wel werd toegestaan dat de moeder maandelijks per e-mail kan reageren op updates van de WSS, zodat zij enigszins in het leven van haar zoon kan blijven. De rechtbank benadrukte dat toekomstig contact mogelijk is als de situatie verbetert. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de zaak gesloten na ruim twee jaar procedure.