ECLI:NL:RBAMS:2025:3440
Rechtbank Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bancaire relatie en opeising hypothecaire lening na verstrekking vervalste gegevens
Eisers, houders van een kapperszaak, sloten bij ING een hypothecaire lening af voor een woning en bij Florius een tweede lening voor een andere woning. Bij de hypotheekaanvraag bij ING werden vervalste financiële gegevens verstrekt en de tweede lening bij Florius werd niet gemeld. ING ontdekte dit en beëindigde de bancaire relatie, eiste de lening op en registreerde eisers in het interne verwijzingsregister (IVR).
Eisers stelden dat zij slachtoffer waren van fraude door hun adviseur en dat ING haar zorgplicht had geschonden door de stukken onvoldoende te onderzoeken. Zij vorderden onder meer het staken van executiemaatregelen, verwijdering uit het IVR en voortzetting van de financiering. ING betwistte dit en stelde dat zij mocht vertrouwen op de verstrekte gegevens en dat de beëindiging gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelde dat de vervalste gegevens en het niet melden van de tweede lening aan ING een gerechtvaardigde reden vormden voor beëindiging van de bancaire relatie en opeising van de lening. Eisers hadden onvoldoende eigen verantwoordelijkheid genomen om de gegevens te controleren. ING had geen zorgplicht geschonden en mocht de gegevens in het IVR registreren voor een periode van acht jaar.
De vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.