De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het samen met anderen valselijk opmaken en gebruiken van valse documenten, waaronder een arbeidsovereenkomst, werkgeversverklaring en salarisspecificatie, teneinde een hypothecaire lening van €173.720,- te verkrijgen. De feiten vonden plaats tussen november 2017 en november 2019.
Het onderzoek startte na een signaal van de Belastingdienst over verdachte transacties en betrokkenheid van meerdere personen bij een woonboerderij. Uit bewijsstukken en de bekennende verklaring van verdachte bleek dat hij niet daadwerkelijk bij het bedrijf werkte, maar dat er valse documenten waren opgesteld en gebruikt bij de hypotheekaanvraag. De rechtbank achtte de feiten bewezen en strafbaar, en verwierp het bestaan van een rechtvaardigingsgrond.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en het feit dat de hypotheekverstrekker geen schade leed, maar benadrukte het ondermijnende effect van dergelijke fraude op de economie. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan twee jaar werd een lagere straf opgelegd dan de officier van justitie had geëist. Verdachte kreeg een taakstraf van 140 uur en 70 dagen vervangende hechtenis bij niet-nakoming. Een verzoek om een verklaring omtrent gedrag werd afgewezen omdat dit buiten de strafrechterlijke bevoegdheid valt.