Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 april 2025 met bijlagen;
- de e-mail van [gedaagde] van 30 april 2025 met bijlagen; en
- de e-mail van Woonzorg van 1 mei 2025 met bijlagen.
Rechtbank Amsterdam
Stichting Woonzorg Nederland vordert ontruiming van een woning die zij tijdelijk verhuurt op grond van de Leegstandwet, omdat zij de huurovereenkomst met de huurder heeft opgezegd vanwege herontwikkelingsplannen. De huurder is gehuwd en zijn echtgenote woont eveneens in de woning.
De kantonrechter stelt vast dat de echtgenote van de huurder medehuurder is volgens artikel 7:266 lid 1 BW Pro, omdat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft. De opzegging door Woonzorg is echter alleen aan de huurder gericht en niet aan de medehuurder, waardoor de opzegging niet rechtsgeldig is jegens beiden.
De kantonrechter overweegt dat de huurdersbescherming ook bij tijdelijke huurovereenkomsten op grond van de Leegstandwet geldt voor de relevante artikelen. Omdat de medehuurder niet is opgezegd, blijft zij huurder en kan de woning niet ontruimd worden. De vordering wordt daarom afgewezen en Woonzorg wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de medehuurder niet is opgezegd.