ECLI:NL:RBAMS:2025:3322

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
13-103538-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OpiumwetArt. 12 OLW
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Tsjechië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 mei 2025 het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan de Tsjechische Republiek op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank te Kolin. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door een raadsman en tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en beval gevangenneming voor sluiting van het onderzoek.

De raadsman voerde aan dat onduidelijk was of de verzetgarantie ook betrekking had op de beslissing van de Provinciale rechtbank Praag, en verzocht om aanhouding van de behandeling om nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten. De officier van justitie betoogde dat een duidelijke onvoorwaardelijke verzetgarantie bestond en dat aanhouding niet nodig was.

De rechtbank oordeelde dat de beslissing van de Provinciale rechtbank Praag slechts procedurele rechtmatigheid betrof en niet de zaak ten gronde behandelde, waardoor deze niet onder de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro valt. Het EAB voldeed aan de vereisten van artikel 12 sub d OLW Pro, met de garantie dat het vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon wordt betekend en hij geïnformeerd wordt over zijn rechten op verzet en hoger beroep.

De rechtbank stelde vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, diefstal betreft en dat aan de dubbele strafbaarheidsvereisten is voldaan. Geen weigeringsgronden stonden aan de overlevering in de weg. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Tsjechië toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-103538-24
Datum uitspraak: 21 mei 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 11maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 februari 2024 door de Arrondissementsrechtbank te Kolin, Tsjechische Republiek, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 mei 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.L. van Gessel, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Tsjechische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis: vonnis van de Arrondissementsrechtbank Kolin van 21.9.2023, dossiernummer 8 T 111/2021-245, juncto de beslissing van de Provinciale rechtbank Praag van 22. 11. 2023, dossiernummer 9 To 303/2023-263 (rechtskracht: 22.11.2023), Referentie: 8 T 111/2021.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemd arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende duidelijk is of de door de uitvaardigende justitiële autoriteiten verstrekte verzetgarantie ook ziet op de beslissing van de
Regional Courtin Praag
.De grondslag van het EAB is het vonnis van de rechtbank in Kolin en daar ziet de verzetgarantie ook op. Het hoger beroep tegen dit vonnis is met de beslissing van de
Regional Courtverworpen. Een verzetgarantie tegen het vonnis in eerste aanleg heeft mogelijk geen feitelijke werking als de beslissing van de
Regional Courtdesondanks in stand blijft. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de Poolse justitiële autoriteiten te vragen of de opgeëiste persoon op basis van de verstrekte verzetgarantie recht heeft op behandeling van zijn zaak in zowel eerste aanleg als in hoger beroep.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een duidelijke onvoorwaardelijke verzetgarantie die ziet op het door de uitspraak van
the Regional Courtin Praag definitief geworden vonnis van de rechtbank in Kolin. Aanhouding van de behandeling van de zaak om de Poolse autoriteiten hier vragen over te stellen is dan ook niet nodig. Er is sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12 onder Pro d OLW en de weigeringsgrond van dat artikel doet zich niet voor.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
In de onderhavige zaak heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in de aanvullende informatie van 16 april 2025 vermeld dat:
“By the decision of the Regional Court in Prague (Court of Appeal) of 22 November 2023, ref. no. 9 To 303/2023-263, the appeal of [opgeëiste persoon] (more precisely his defense attorney) was dismissed as unfounded, because the Court of Appeal did not find any fundamental error in the procedure of the court of first instance or in the contested
judgment. The judgment of the District Court in Kolín of 21 September 2023, ref. no. 8 T 111/2021-245, thus became final and binding on 22 November 2023.”
De rechtbank begrijpt deze informatie zo dat met de beslissing van de
RegionalCourt in Praag uitsluitend een oordeel is gegeven over de rechtmatigheid van de procedure in eerste aanleg. De rechtbank begrijpt hieruit dat in deze procedure de strafzaak niet ten gronde is behandeld, maar dat hierbij alleen rechtsvragen aan de orde zijn geweest. Gelet op deze beperkte beoordeling valt de procedure van de
Regional Courtin Praag daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. De rechtbank ziet daarom geen redenen om over deze beslissing aanvullende vragen te stellen, zoals verzocht door de raadsman.
Gelet op het voorgaande dient enkel het vonnis in eerste aanleg van de rechtbank in Kolin aan artikel 12 OLW Pro worden getoetst.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):
“3.4. de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar
- de beslissing zal hem na overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en
- de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten
gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden
tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en
- de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om
verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk 8 dagen.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor.

4.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan Arrondissementsrechtbank te Kolin, Tsjechische Republiek, voor het feit zoals dat is zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. C. Klomp en D. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 mei 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (