De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van Jeugdbescherming regio Amsterdam (JBRA) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. JBRA stelde dat verlenging noodzakelijk was vanwege het uitblijven van contactherstel tussen vader en kinderen en de noodzaak van hulpverlening voor traumaverwerking. De moeder verzette zich tegen verlenging en benadrukte dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging en dat traumabehandeling eerst moet plaatsvinden.
Tijdens de zitting sprak de kinderrechter met een van de minderjarigen en nam de standpunten van beide ouders en JBRA in overweging. De rechtbank constateerde dat JBRA ernstig tekort is geschoten in de uitvoering van de ondertoezichtstelling, met name door het ontbreken van een vaste gezinsmanager en het niet voeren van gesprekken met de kinderen. De situatie is volgens de rechtbank triest, maar op basis van de beschikbare informatie is geen sprake van een actuele ontwikkelingsbedreiging.
De rechtbank oordeelde dat verlenging van de ondertoezichtstelling niet gerechtvaardigd is en wees het verzoek af. De rechter uitte haar hoop dat zonder ondertoezichtstelling rust kan ontstaan, waardoor mogelijk ruimte komt voor contactherstel. De beslissing werd op 8 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.