ECLI:NL:RBAMS:2025:3250

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
9308632 CV EXPL 21-9437
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Verdrag van Montreal
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers wegens onvoldoende onderbouwing meerkosten tickets

De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht die werd geannuleerd. De vervoerder bood een alternatieve vlucht aan, die de passagiers niet gebruikten. In plaats daarvan reisden zij via een andere route en maakten extra kosten voor busvervoer en tickets. De vervoerder restitueerde de ticketprijs en betaalde compensatie conform Verordening 261/2004.

De passagiers en Stichting Brass vorderden vergoeding van de meerkosten. Stichting Brass handhaafde haar vordering bij repliek niet langer. De vervoerder voerde verweer dat de passagiers geen schade hadden geleden omdat derden de kosten hadden betaald en dat Stichting Brass geen contractuele relatie had om een vordering in te stellen.

De rechtbank oordeelde dat op grond van de Verordening en het Verdrag van Montreal alleen passagiers schade kunnen vorderen en dat niet is gesteld of gebleken dat zij de kosten zelf hebben gedragen. De vordering werd daarom afgewezen. Stichting Brass werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij haar vordering niet handhaafde. Passagiers en Brass werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot vergoeding van meerkosten tickets wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat passagiers deze kosten hebben gedragen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9308632 CV EXPL 21-9437
vonnis van: 13 mei 2025
fno.: 569

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [eiser 1]

wonende te [woonplaats 1]

2. [eiser 2]

wonende te [woonplaats 2]

3. [eiser 3]

wonende te [woonplaats 3]

4. [eiser 4]

wonende te [woonplaats 4]

5. [eiser 5]

6. [eiser 6]

beiden wonende te [woonplaats 5]
7. [eiser 7]wonende te [woonplaats 6]

8. Stichting Dr. Brass vertegenwoordigd door voorzitter [naam 1]

gevestigd te Breda
nader te noemen: de passagiers voor eisers nr. 1 tot en met 7 gezamenlijk en Brass voor Stichting Brass
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp
t e g e n

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • dagvaarding van 30 maart 2021 met producties;
  • antwoord met producties;
  • repliek met producties;
  • dupliek;
  • dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op [datum 1] 2019 diende te vervoeren van [vertrekplaats 1] (Denemarken) naar [bestemming 1] met aankomst te [bestemming 1] om 15:45, hierna: de vlucht.
1.2.
De vlucht is geannuleerd. De vervoerder heeft een alternatieve vlucht aangeboden van [vertrekplaats 1] naar [bestemming 1] via [tussenstop] op [datum 2] 2019 met vertrek om 09:00 uur en aankomst te [bestemming 1] om 13:00 uur.
1.3.
De passagiers hebben geen gebruik gemaakt van deze vlucht. De passagiers zijn via bus naar [vertrekplaats 2] gegaan en vervolgens vanaf daar met een vlucht naar [bestemming 2] gegaan. De passagiers zijn op [datum 1] 2029 om 22:46 te [bestemming 2] gearriveerd.
1.4.
De vervoerder heeft de ticketprijs van de geannuleerde vlucht aan de passagiers gerestitueerd en € 250,00 per passagier aan compensatie op grond van Verordening 261/2004 betaald.
1.5.
De gemachtigde van de passagier heeft de vervoerder schriftelijk gesommeerd tot betaling van € 1.603,21 aan meerkosten van de tickets van het busvervoer en de daadwerkelijk genomen vlucht.

Vordering en verweer

2. De passagiers en Brass vorderen bij dagvaarding dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 1.603,21 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12
september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
b. € 363,00 dan wel € 290,98 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen
met de wettelijke rente;
c. de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
14 dagen na vonnis;
Bij conclusie van repliek handhaaft Brass niet langer haar vordering.
3. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Tevens wordt aan de vordering ten grondslag gelegd het Verdrag van Montreal.
4. De vervoerder voert verweer. Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat de passagiers geen schade hebben geleden. Uit de betalingsbewijzen blijkt dat [naam 2] van Riverboat de vluchten heeft betaald en dat Riverboat Jazz Festival de tickets voor de bus heeft betaald. Enkel de passagiers kunnen op grond van de Verordening een vordering instellen. Datzelfde geldt voor het Verdrag van Montreal althans er is geen sprake van een contractuele relatie tussen Brass, Riverboat dan wel Riverboat Jazz festival enerzijds en de vervoerder anderzijds, waardoor Brass geen vordering jegens de vervoerder kan instellen.
5. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde.

Beoordeling

6. De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat Brass enkel de kosten heeft voorgeschoten maar verder geen rol speelt in deze procedure. Het zijn kosten die voor de passagiers zijn gemaakt, aldus de passagiers. De kantonrechter volgt de passagiers hier niet in. Op grond van de Verordening en op grond van het Verdrag van Montreal kunnen de passagiers hun schade vorderen. Gesteld noch gebleken is dat zij deze kosten hebben moeten dragen. Daar is geen onderbouwing van gegeven, hetgeen op wel op de weg van de passagiers had gelegen. Derhalve staat niet vast dat de passagiers schade hebben geleden. Brass handhaaft niet langer haar vordering zodat de kantonrechter daar niet over hoeft te oordelen. Riverboat en Riverboat Jazz festival zijn geen partij in deze procedure.
7. Dat betekent dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen met veroordeling van de passagiers en Brass in de proceskosten als hierna te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers en Brass in de proceskosten, aan de zijde van vervoerder begroot op € 408,00 inclusief eventueel verschuldigde btw;
veroordeelt de passagiers en Brass tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;
veroordeelt de passagiers en Brass tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de passagiers en Brass niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder II en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.