Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:3225

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
13/684379-18 (verlenging PIJ 2025)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 2:18 Besluit tenuitvoerlegging PIJ-maatregel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel voor jeugdige na voortgang en incidenten

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 april 2025 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die in 2019 was veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De maatregel was eerder verlengd tot november 2024 en nu werd verlenging met drie maanden gevraagd.

De rechtbank nam kennis van het advies van een deskundige organisatie, het voortgangsverslag van de reclassering en de processtukken. Het scholings- en trainingsprogramma (STP) van de jeugdige startte in oktober 2024 goed, maar kende een terugval in december 2024 na een politieaanhouding wegens bedreiging (geseponeerd) en positief cannabisgebruik bij urinecontroles. Na een time-out hervatte de jeugdige het programma met aanvullende voorwaarden zoals een enkelband en locatieverbod.

Sinds januari 2025 toont de jeugdige stabiliteit, werkt drie dagen per week in een fabriek, volgt rijlessen en draagt bij aan het huishouden bij Intellect Zorggroep. De cannabiswaarden blijven meestal onder de gestelde limieten. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk voor de veiligheid en verdere ontwikkeling, met het oog op een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel op 5 juli 2025 en onvoorwaardelijke beëindiging op 5 juli 2026.

De rechtbank wijst de vordering toe en verlengt de PIJ-maatregel met drie maanden. Voorwaardelijke beëindigingsvoorwaarden kunnen nog niet worden vastgesteld wegens het ontbreken van een adviesrapport.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met drie maanden tot 5 juli 2025.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13/684379-18
Beslissing op de op 26 februari 2025 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
verblijvende bij [verblijfplek] .
die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 4 juli 2019 werd veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: de PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 5 november 2024 voor de tijd van zes maanden verlengd.
De inhoud van de vordering.
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met drie maanden.
De procesgang.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld
parketnummer, waaronder:
- het op 4 februari 2025 op grond van artikel 2:18 van Pro het Besluit tenuitvoerlegging
strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van [organisatie] , strekkende tot
verlenging van de PIJ-maatregel met drie maanden, alsmede de daarbij overgelegde
aantekeningen;
- een voortgangsverslag van de Reclassering d.d. 31 januari 2025.
De rechtbank heeft op 25 april 2025 de vordering in de raadkamer met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
  • mr. J.M. Pauwelussen, officier van justitie;
  • de veroordeelde [veroordeelde] en zijn raadsman, mr. J.S. Jordan;
  • [naam 1] , behandelcoördinator verbonden aan JJI Lelystad;
  • [naam 2] , reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland;
  • [naam 3] , woonbegeleider verbonden aan Intellect Zorggroep.
De standpunten
Voor de standpunten wordt verwezen naar het proces-verbaal van de behandeling van de vordering in raadkamer.
De beoordeling
Gelet op voormeld advies, het voortgangsverslag van de Reclassering, alsmede het verhandelde ter terechtzitting en artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met drie maanden wordt verlengd.
Het scholings- en trainingsprogramma (STP) van [veroordeelde] is in oktober 2024 aangevangen en verliep aanvankelijk voorspoedig. Midden december vond er evenwel een kentering plaats omdat [veroordeelde] werd opgepakt door de politie op verdenking van bedreiging en hij een time-out kreeg (dit feit is wel geseponeerd). Hierna is [veroordeelde] gestopt met zijn opleiding tot loodgieter en testte hij bij urinecontroles verschillende keren positief op cannabis. Ook meldde hij zijn aanhouding niet bij de reclassering terwijl hij daar op grond van de gestelde voorwaarden wel toe verplicht was.
Uiteindelijk is na veel overleg besloten het STP met ingang van 20 januari 2025 weer te hervatten, zij het met aanvullende voorwaarden (enkelband en locatieverbod). Sindsdien heeft [veroordeelde] laten zien dat hij zich aan zijn voorwaarden kan houden en meer stabiliteit kan bewerkstelligen. Hij heeft voor drie dagen per week werk gevonden in een fabriek en is daarnaast bezig met het behalen van zijn rijbewijs. [veroordeelde] draagt bij aan het huishouden bij Intellect Zorggroep, waar hij na zijn time-out weer is gaan wonen en heeft een positieve invloed op de groep. Bij de urinecontroles op cannabis blijft [veroordeelde] in de meeste gevallen onder de gestelde waarden.
De komende tijd zal [veroordeelde] moeten toewerken naar de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel door tijdens het STP stabiliteit te krijgen en verder te werken aan de gestelde doelen. Dan kan [veroordeelde] ook wennen aan het afbouwen van de enkelband. Wel is nadrukkelijk van belang dat hij onder de gestelde testwaarden blijft ten aanzien van zijn cannabisgebruik. In verband met het ontbreken van een adviesrapport kunnen de voorwaarden voor de voorwaardelijke beëindiging op dit moment nog niet worden bepaald.
De maatregel zal behoudens verdere verlenging en eventuele tussentijdse
opschortingsperiodes voorwaardelijk eindigen op 5 juli 2025 en onvoorwaardelijk
eindigen op 5 juli 2026.
De rechtbank beslist dienovereenkomstig.
Beslissing
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van
[veroordeelde]voornoemd met
drie maanden.
Deze beschikking is gegeven door
mr. I.M. Nusselder voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. M. van der Kaay en R.H. Mulderije, rechters,
in tegenwoordigheid van T. Bongenaar griffier
en uitgesproken tijdens de openbare raadkamer van 25 april 2025.