Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Poznań, 3rd Criminal Division(Polen) op 11 oktober 2024 en betreft:
1.Beoordeling
2.Beslissing
[overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 1 mei 2025 een verzoek van de officier van justitie behandeld inzake de toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd door de regionale rechtbank in Poznań, Polen. Het verzoek betreft een overgeleverde persoon die momenteel in Polen verblijft en die strafbaar is gesteld voor feiten die zijn gepleegd vóór zijn overlevering.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon. De feiten vallen binnen de reikwijdte van de Overleveringswet (OLW), waardoor overlevering had kunnen worden toegestaan.
Op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, van de OLW heeft de rechtbank toestemming verleend voor de tenuitvoerlegging van de straf. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor de tenuitvoerlegging van de buitenlandse straf opgelegd voor feiten gepleegd vóór overlevering.