Uitspraak
1.MOY STICHTING BEWAARNEMING GELDEN, tevens b.o.d.n.STICHTING REFAM VASTGOEDBEHEER & HUURGELDEN,
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In dit kort geding vordert REFAM namens eiser ontruiming van een woning en betaling van een gebruikersvergoeding door de gedaagden. REFAM stelt rechtsopvolger te zijn van de oorspronkelijke contractspartij Hacienda, maar dit wordt door gedaagden betwist en onvoldoende onderbouwd, waardoor REFAM niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Eiser is eigenaar van de woning en stelt dat de huurovereenkomst een bepaalde tijd betreft, zodat ontruiming gerechtvaardigd is. De kantonrechter oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, mede gelet op de inhoud van de overeenkomst en de wederzijdse verwachtingen bij het aangaan daarvan.
Daarnaast ontbreekt het aan een spoedeisend belang voor de vordering, omdat het verlieslatend zijn van de woning onvoldoende reden is om een bodemprocedure af te wachten. De vordering in reconventie van gedaagden tot terugbetaling van onverschuldigde huurpenningen wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende inzichtelijkheid.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is op 24 april 2025 mondeling uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en REFAM wordt niet-ontvankelijk verklaard; de reconventionele vordering van gedaagden wordt eveneens afgewezen.