ECLI:NL:RBAMS:2025:2958
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding advocaatkosten na sepot ernstige verdenking ambtelijke corruptie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 april 2025 een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van advocaatkosten door een verdachte die werd geseponeerd in een strafzaak. De verdachte was verdacht van ernstige strafbare feiten, waaronder ambtelijke corruptie en schending van het ambtsgeheim, en werd in verband gebracht met zware georganiseerde criminaliteit.
Hoewel het Openbaar Ministerie nooit tot vervolging overging en de zaak uiteindelijk sepotte, werd de verdachte wel als zodanig behandeld en moest hij kosten maken voor juridische bijstand. De rechtbank oordeelde dat, gelet op de beperkte dossierinformatie en de ernst van de verdenkingen, gronden van billijkheid aanwezig waren om de gevraagde vergoeding volledig toe te kennen, inclusief de uren die gemaakt zijn voordat het dossier aan de raadsman was verstrekt.
De rechtbank wees erop dat het arrest Nealon & Hallam van het EHRM bepaalt dat de rechter in deze procedure geen oordeel mag vellen over de schuld van de verdachte, maar wel dossierstukken mag meewegen bij de billijkheidstoets. Omdat er geen dossierstukken beschikbaar waren, baseerde de rechtbank zich op de standpunten van het OM en de raadsman. Uiteindelijk werd een vergoeding van € 6.246,- toegekend, inclusief kosten voor het indienen en toelichten van het verzoek.
Uitkomst: Volledige vergoeding van advocaatkosten van € 6.246,- toegekend aan verzoeker na sepot.