De rechtbank Amsterdam heeft op 8 april 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een besloten vennootschap die werd verdacht van witwassen en oplichting van de gemeente Amsterdam. De zaak werd behandeld in een meervoudige kamer, waarbij meerdere zittingen plaatsvonden in januari, februari en april 2025. De verdachte werd onder meer beschuldigd van het witwassen van ruim €1,6 miljoen en het oplichten van de gemeente door het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
Tijdens de procedure heeft de rechtbank het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard, behalve voor een deel van het witwasfeit wegens verjaring. De verdediging en het OM waren het eens dat de tenlastegelegde feiten niet bewezen konden worden. De rechtbank heeft het bewijs en de verweren zorgvuldig afgewogen en geoordeeld dat onvoldoende bewijs aanwezig was om de verdachte te veroordelen.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, behalve dat het OM niet-ontvankelijk werd verklaard voor het verjaarde witwasfeit. Dit vonnis werd gewezen door de voorzitter en twee rechters, en uitgesproken in een openbare terechtzitting.