Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid openbaar ministerie
4.Vrijspraak
Zaaksdossier 2
Witwassen € 100.000 van [bedrijf 1] en € 150.000 van [bedrijf 2] overgeboekt aan [bedrijf 3]
Witwassen € 109.595 contante stortingen op rekening [bedrijf 4]
Zaaksdossier 3
Witwassen € 100.000 van [bedrijf 1] en € 100.000 van [bedrijf 2] overgeboekt aan [bedrijf 5]
Witwassen € 74.240 op rekening [bedrijf 7]
Witwassen € 70.000 en € 43.142 contant
Zaaksdossier 5
Zaaksdossier 7
Witwassen € 25.000 en/of € 27.315,42
Witwassen € 30.000 althans € 29.930
Witwassen € 122.485
Witwassen € 21.070
Witwassen € 69.100 en/of € 9.337,07
“[..] Bij deze stuur ik als met je afgesproken h.e.e.a. aan gegevens toe aangaande het door ons te bouwen Overamstelhotel.[..]”. Hij meldt in die e-mail ook wie de contacten zijn van [bedrijf 7] , onder wie hijzelf en [verdachte] . Bij [medeverdachte 2] staat vermeld dat hij financieel partner is en bij [verdachte] staat dat hij adviseur is. Bij een e-mail die [medeverdachte 1] op 2 april 2014 aan [naam 16] van de gemeente heeft gestuurd staan [medeverdachte 2] en [verdachte] ook in de cc vermeld. Ook in een e-mailwisseling tussen [medeverdachte 1] en [naam 17] van [naam afdeling] van de gemeente in april en juni 2014 over [adres 1] staan zij in de cc vermeld. In die tijd zijn zij inmiddels ook aandeelhouders van [bedrijf 7] geworden. Van enig uit het zicht houden van [medeverdachte 2] en [verdachte] in deze periode is dus geen sprake.
Zij hebben toen mij bericht dat ze afscheid zouden nemen van [verdachte] als aandeelhouder en vroegen of dat voldoende was in het kader van de wet Bibob. Dat was op dat moment voldoende.”. Later in het verhoor verklaart zij dat hij geen bemoeienis meer mocht hebben, maar ook dat ze de exacte afspraken niet meer weet en dat ze niet weet of die ergens zijn vastgelegd. Een en ander ondersteunt de lezing van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] dat uittreden als aandeelhouder volstond om het vergunningtraject te kunnen voortzetten.
5.Beslissing
niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte voor het onder feit 1 impliciet subsidiair tenlastegelegde schuldwitwassen met een pleegdatum die ligt voor 25 november 2013.
overig ten laste gelegdeniet bewezen en
spreektverdachte daarvan
vrij.