De rechtbank Amsterdam heeft op 3 april 2025 uitspraak gedaan over een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse rechter in München. De verdachte, een Roemeense staatsburger, werd verdacht van oplichting, een strafbaar feit dat in Duitsland met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar wordt bestraft.
Tijdens de zitting op 20 maart 2025 verscheen de verdachte, bijgestaan door een advocaat en een tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen en beval gevangenhouding tot sluiting van het onderzoek. De identiteit van de verdachte werd bevestigd.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW), dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 OLW staat, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. Er waren geen weigeringsgronden of uitzonderingen die de overlevering in de weg stonden.
Daarom heeft de rechtbank de overlevering van de verdachte aan Duitsland toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.