Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:2812

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2025
Publicatiedatum
30 april 2025
Zaaknummer
1301139325
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel door rechtbank Amsterdam

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 april 2025 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België. De verdachte, een Nederlandse staatsburger, werd op 4 maart 2025 gehoord en bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn en schorsing van de gevangenhouding tot de uitspraak.

Tijdens de procedure werd een tussenuitspraak gedaan op 18 maart 2025 waarin reeds werd geoordeeld over de grondslag van het EAB, de verdedigingsrechten en mogelijke weigeringsgronden, waaronder detentieomstandigheden. De verdachte deed geen beroep op de terugkeergarantie zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Overleveringswet (OLW).

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de formele eisen en dat er geen weigeringsgronden aanwezig waren die overlevering zouden verhinderen. Op basis daarvan besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens artikel 29, tweede lid, OLW.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-011393-25
Datum uitspraak: 10 april 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 13 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 augustus 2024 door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 4 maart 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 4 maart 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak 18 maart 2025
De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen op een nadere zitting van de rechtbank een weloverwogen beslissing kenbaar te maken of hij al dan niet een beroep doet op de door de Belgische autoriteiten afgegeven terugkeergarantie.
Zitting 3 april 2025
De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 3 april 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw,
mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

Bij tussenuitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en
inhoud van het EAB, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW Pro, de strafbaarheid van de in het EAB vermelde feiten en de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro (detentieomstandigheden). Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit maar heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet beroept op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (de terugkeergarantie). De rechtbank zal de overlevering daarom niet afhankelijk maken van de terugkeergarantie.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan het Parket van de procureur des Konings Antwerpen, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. C.A. van Dijk en J.E. van Bruggen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en G. Riedijk, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 april 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.