Op 5 maart 2022 drong verdachte samen met anderen een woning in de Vondelparkbuurt te Amsterdam binnen, terwijl de woning in gebruik was bij de eigenaar die deze aan het verbouwen was. Getuigenverklaringen en politieobservaties bevestigden dat ongeveer negen personen via het verplaatsen van hekken de woning binnengingen en spandoeken ophingen.
De verdediging voerde aan dat het wederrechtelijk binnendringen niet bewezen kon worden en dat het gebruik van de woning door de eigenaar niet was beëindigd, maar de rechtbank oordeelde anders. De rechtbank stelde vast dat verdachte samen met anderen de woning wederrechtelijk betrad, waarmee het eigendomsrecht van de eigenaar werd geschonden.
De officier van justitie eiste een geldboete van 800 euro, waarvan 400 euro voorwaardelijk, maar de rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen en legde een geldboete van 200 euro op, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft gezeten.
Verder werden twee spuitbussen in beslag genomen en bewaard voor de rechthebbende. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd en verdachte werd veroordeeld voor het bewezen verklaarde feit.