Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:2756

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
1308059425
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens afstand specialiteitsbeginsel bij verzoek aanvullende toestemming OLW

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 april 2025 een beslissing genomen over een verzoek van de officier van justitie tot aanvullende toestemming voor vervolging van een overgeleverde persoon op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet (OLW). Dit verzoek betrof uitbreiding van de vervolging voor twee feiten genoemd in het Europees Aanhoudingsbevel van 13 december 2024.

De overgeleverde persoon, geboren in 1996, werd op 6 februari 2025 gehoord door het Duitse gerecht. Tijdens dit verhoor heeft hij uitdrukkelijk afstand gedaan van het specialiteitsbeginsel, dat normaal gesproken vereist dat vervolging beperkt blijft tot de feiten waarvoor uitlevering is verleend.

Gezien deze afstand van het specialiteitsbeginsel oordeelt de rechtbank dat voorafgaande toestemming van de Nederlandse rechter niet nodig is voor de uitbreiding van de vervolging. Hierdoor verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.

De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier. De stukken voldeden aan de vereisten van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en de rechten van verdediging zijn volledig geëerbiedigd.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om aanvullende toestemming wegens afstand van het specialiteitsbeginsel door de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-080594-25
Datum beslissing: 29 april 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 27 maart 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Amtsgericht Düsseldorf, Duitsland, op 13 december 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in [land] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek om aanvullende toestemming ziet op de vervolging voor de feiten 10 en 11, zoals genoemd in het Europees Aanhoudingsbevel van 13 december 2024. De overgeleverde persoon is op 6 februari 2025 door het
Amtsgericht Düsseldorf(Duitsland) gehoord. Uit dit verhoor volgt dat hij ten aanzien van deze twee feiten uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel. De rechtbank is daarom van oordeel dat voorafgaande toestemming als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW, niet vereist is. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.

2.Beslissing

De rechtbank
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijkin de vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.
Deze beslissing is genomen op 29 april 2025 door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. B. van Galen en J.E. van Bruggen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.