Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2024, die aanvankelijk mede door de heer [erflater] (hierna: [erflater] ), de echtgenoot van [eiseres] , was uitgebracht, met producties;
- de conclusie van antwoord van 11 september 2024, met producties;
- het rolbericht van 23 oktober 2024, inhoudende dat [erflater] eind [overlijdensdatum] 2024 is overleden en dat [eiseres] de procedure thans mede als rechtsopvolger van [erflater] voortzet;
- het tussenvonnis van 6 november 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 maart 2024 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
-aan hem ter beschikking te stellen onder verantwoordelijkheid van zijn behandelend arts. Op 26 juni 2023 is de behandeling met Enhertu in Zwitserland beëindigd om te worden voortgezet in Nederland. Gedurende de periode van 18 juli 2023 tot november 2023 is [erflater] met Enhertu behandeld in het AVL, totdat ook Enhertu niet meer voldoende effectief bleek te zijn.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- betaald griffierecht € 2.889,-
- salaris advocaat € 2.428,- (2 punten x tarief € 1.214,-)
- nakosten