ECLI:NL:RBAMS:2025:2654
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs in verkrachtingszaak met wederzijdse instemming
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 april 2025 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting in de nacht van 5 op 6 augustus 2022. Aangeefster verklaarde dat zij tegen haar wil door verdachte was gedwongen tot seksuele handelingen met geweld, terwijl verdachte stelde dat de seksuele handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden.
De rechtbank beoordeelde de verklaringen van beide partijen en het aanwezige letsel. Hoewel het letsel bij aangeefster overeenkomt met haar verklaring van geweld, kan dit letsel ook passen binnen het scenario van ruwe, maar wederzijdse seks zoals door verdachte beschreven. Daarnaast waren er inconsistenties in de verklaringen van aangeefster, en ontbrak ander steunbewijs dat de dwang kon bevestigen.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vereist de rechtbank steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer voor een bewezenverklaring. Dit steunbewijs ontbrak in deze zaak. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang bij seksuele handelingen.