De rechtbank Amsterdam heeft op 3 april 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk niet verstrekken van gegevens die van invloed zijn op de hoogte van haar bijstandsuitkering in de periode 2015-2022.
Uit het dossier bleek dat verdachte en haar ex-man een gezamenlijke bijstandsuitkering ontvingen en dat verdachte in 2019 onroerend goed in Turkije verkreeg, wat zij pas in januari 2022 aan de gemeente meldde. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust en opzettelijk deze informatie niet tijdig heeft gemeld, waarmee zij de inlichtingenplicht schond en medepleegde met haar ex-man.
Hoewel het feit bewezen werd verklaard, achtte de rechtbank het benadelingsbedrag te laag om strafvervolging te rechtvaardigen. Daarnaast werd meegewogen dat de uitkering was stopgezet en een groot bedrag was teruggevorderd, waardoor verdachte reeds de gevolgen ondervindt. Ook haar schone strafblad speelde mee. Daarom werd geen straf of maatregel opgelegd, conform artikel 9a Sr.