Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
In voornoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank acht de straf die door de officier van justitie is geëist passend en legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uren, met aftrek van voorarrest.
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
6 (zes) maanden.
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.