ECLI:NL:RBAMS:2025:2520
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling advocatendeclaratie wegens oneerlijk kostenbeding
Een advocaat van een advocatenkantoor heeft rechtsbijstand verleend aan een cliënte in een arbeidsconflict met haar werkgever. Na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst tussen cliënte en werkgever, waarin vergoeding van advocaatkosten was opgenomen, stuurde de advocaat een factuur aan de werkgever. Cliënte weigerde betaling en de advocaat vorderde nakoming van betaling door cliënte of door de werkgever op haar instructie.
De rechtbank beoordeelde de overeenkomst van opdracht tussen advocaat en cliënte als consumentenovereenkomst en toetste ambtshalve het kostenbeding aan het consumentenrecht. De prijsafspraak was onvoldoende transparant omdat alleen een uurtarief was vermeld zonder duidelijke raming van totale kosten of tussentijdse facturering. Dit was in strijd met het arrest van het HvJEU van 12 januari 2023.
De rechtbank oordeelde dat het kostenbeding oneerlijk was omdat het de belangen van de consument aanzienlijk verstoorde, mede doordat de advocaat pas achteraf declareerde zonder tussentijdse informatie. Het beding werd vernietigd, waardoor de gehele overeenkomst verviel en de advocaat geen recht had op betaling. De vorderingen werden afgewezen en de advocaat werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens een oneerlijk kostenbeding en veroordeelt de advocaat in de proceskosten.