Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Wrocław, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
final and valid cumulative judgement of the Regional Court for Wrocław-Krzyki of 26.06.2019, reference symbol of documents VII K 278/19, (which comprised the judgement of the Regional Court of Wrocław-Krzyki of 18.11.2018, reference symbol of documents: VII K 443/18, upheld on the strength of the judgement of the District Court in Wrocław of 28.03.2019, reference symbol of documents: IV Ka 26/19 and a cumulative judgement of the Regional Court for Wrocław-Krzyki of 08.01.2019, reference symbol of documents: VII K 607/18), upheld on the strength of the judgement of the District Court in Wrocław of 07 January 2020, reference symbol of documents: IV Ka 1225/19.
the District Court in Wrocławop 7 januari 2020 als laatste instantie de zaak ten gronde heeft behandeld en dat er geen gewoon rechtsmiddel hiertegen openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces van dit arrest toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
the District Court in Wrocławvan 9 juni 2022 is die voorwaardelijke invrijheidsstelling herroepen.
the District Court in Gliwice(IX K 1122/21) veroordeeld. Uit de aanvullende informatie van
triggerendefeit zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. De rechtbank verzoekt daarom de officier van justitie de volgende vragen de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen:
the District Court in Wrocławop 28 maart 2019 als laatste instantie de zaak ten gronde heeft behandeld en dat er geen gewoon rechtsmiddel hiertegen openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces van dit arrest toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Beslissing
SCHORSThet onderzoek tot
29 april 2025 om 09.30 uurom de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de verzoeken en vragen onder 3.1 ten aanzien van de vonnissen met nummers IX K 1122/21, IV Ka 26/19 en II K 1642/17 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.