ECLI:NL:RBAMS:2025:2385

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
13-362769-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming en toelating tot overlevering van opgeëiste persoon aan Ierland

De rechtbank Amsterdam heeft op 27 maart 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Ierland. De opgeëiste persoon, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd gedetineerd in een Nederlandse penitentiaire inrichting.

Tijdens de procedure werd de behandeling op 19 februari 2025 geschorst in afwachting van toestemming tot verderlevering van de Duitse justitiële autoriteit, die op 28 februari 2025 werd verleend. De rechtbank hervatte de behandeling op 27 maart 2025 met instemming van partijen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering niet verboden is. Op grond hiervan staat de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan de High Court in Dublin toe voor de in het EAB omschreven feiten.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in het openbaar, in aanwezigheid van griffiers.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Ierland toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-362769-24
Datum uitspraak: 27 maart 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 6 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 november 2024 door
the High Court in Dublinin Ierland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 februari 2025, in
aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is
bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. K. Moussaoui, die waarneemt voor mr. A Petrescu, beiden
advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.
Gelet op artikel 22, tweede lid, OLW heeft de rechtbank op de zitting abusievelijk de termijn
waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de
verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Bij tussenuitspraak van 19 februari 2025 [2] is de behandeling heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de toestemming tot verderlevering van de uitvoerende justitiële autoriteit in Duitsland.
Bij beslissing van 28 februari 2025 heeft de uitvoerende justitiële autoriteit (het
Oberlandesgericht(Hoger Regionaal Gerechtshof) München) toestemming tot verderlevering gegeven ten aanzien van de opgeëiste persoon.
Ingevolge artikel 22, tweede lid, OLW begint de in het eerste lid van dit artikel genoemde beslistermijn van 60 dagen daarom op 28 februari 2025.
De behandeling van de vordering is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de openbare zitting van 27 maart 2025, in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A. Petrescu, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 19 februari 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid, de ontvankelijkheid van de officier van justitie, artikel 9 OLW Pro en de Ierse detentieomstandigheden. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the High Court in Dublinin Ierland voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en D. Kloos, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 maart 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.