ECLI:NL:RBAMS:2025:2283

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
005724-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138ab SrArt. 139c SrArt. 126nd SvArt. 126ng SvArt. 5.1.8 Sv
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlof tot overdracht van strafrechtelijke stukken aan Zuid-Koreaanse autoriteiten

De rechtbank Amsterdam heeft op 27 maart 2025 een beschikking gegeven waarin zij verlof verleent aan de officier van justitie om stukken en gegevens, verzameld in een strafrechtelijk onderzoek, over te dragen aan de justitiële autoriteiten van Zuid-Korea. Dit verlof wordt verleend ter uitvoering van een rechtshulpverzoek van 29 maart 2024.

De stukken betreffen gegevens die zijn verzameld met toepassing van specifieke bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering en zijn opgenomen in het proces-verbaal van de politie van 22 juli 2024. De rechtbank heeft de zaak in raadkamer en met gesloten deuren behandeld, omdat de Zuid-Koreaanse autoriteiten vertrouwelijkheid hebben verzocht en openbaarheid het onderzoek zou schaden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de eisen van het Europees Verdrag betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken en dat de gevorderde stukken ook in een Nederlands onderzoek zouden kunnen worden opgevraagd. Er zijn geen belemmeringen die de verlening van het verlof in de weg staan, noch wordt gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van het Nederlandse strafprocesrecht.

De beschikking is gegeven door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van griffier en raadsman, en het vereiste van onverwijlde kennisgeving aan de verdachten is op grond van de wet achterwege gelaten.

Uitkomst: De rechtbank verleent verlof aan de officier van justitie om stukken over te dragen aan Zuid-Koreaanse autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

RK-nummer: 005724-25
BESCHIKKING
op de vordering ex artikel 5.1.10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van
6 januari 2025 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. Deze vordering strekt tot het verlenen van verlof om stukken of gegevens die zijn vergaard met toepassing van de artikelen 126nd jo 126ng Sv omschreven bevoegdheden, ter uitvoering van een verzoek om rechtshulp van 29 maart 2024, afkomstig van de justitiële autoriteiten van Zuid-Korea, in de zaak tegen:
twee niet geïdentificeerde verdachten,
over te dragen aan die autoriteiten.

1.Procesgang

De rechtbank heeft op 13 maart 2025 de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, in raadkamer gehoord.
De autoriteiten van Zuid-Korea hebben uitdrukkelijk verzocht om het dossier vertrouwelijk te behandelen. Derhalve wordt overeenkomstig artikel 5.1.10, vierde lid, Sv verondersteld dat door openbaarheid van de behandeling het belang van het onderzoek ernstig wordt geschaad.
Op grond van artikel 22, eerste lid, Sv heeft de behandeling van de vordering met gesloten deuren plaatsgevonden. Op grond van artikel 5.1.10, vierde lid, Sv jo. artikel 23, zesde lid, Sv heeft de rechtbank tevens afgezien van het oproepen van betrokkenen.

2.Beoordeling

Het voormelde verzoek is gedaan in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen personen ter zake van de verdenking dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan de feiten, zoals in het rechtshulpverzoek omschreven.
Het verzoek is gegrond op het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959.
Het verzoek betreft stukken/gegevens die ook gevorderd hadden kunnen worden in een Nederlands onderzoek naar dezelfde feiten op grond van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking betreft feiten die naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld als misdrijven als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Sv.
Nu aan alle daarvoor in de wet en het toepasselijke verdrag gestelde eisen is voldaan en zich geen belemmeringen van wezenlijke aard voordoen die voortvloeien uit het toepasselijke verdrag onderscheidenlijk de wet, terwijl door de inwilliging van het rechtshulpverzoek evenmin wordt gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht, dient de rechtbank het gevraagde verlof te verlenen.

3.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 138ab en 139c van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 126nd, 126ng, 5.1.8, 5.1.10 en 5.1.11 van het Wetboek van Strafvordering;
de artikelen 1, 3, 14 en 16 van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp van 20 april 1959 (Straatsburg 20 april 1959, Trb. 1965, 10);

4.Beslissing

De rechtbank verleent verlof aan de officier van justitie bij deze rechtbank om de, ter uitvoering van het rechtshulpverzoek van 29 maart 2024 gevorderde stukken of gegevens zoals opgesomd in (de bijlagen bij) het proces-verbaal van de politie, Eenheid Amsterdam, van 22 juli 2024, over te dragen aan de verzoekende autoriteiten van Zuid-Korea.
Op grond van artikel 24, vijfde lid, Sv geldt het vereiste van onverwijlde toezending van deze beschikking aan de verdachten niet.
Deze beschikking is gegeven op 27 maart 2025 door:
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten en G. Riedijk, griffier.