Deze strafzaak betreft vijf feiten die aan verdachte zijn ten laste gelegd, waaronder heimelijke opnames, het openbaar maken van opgenomen gegevens en smaadschrift. De rechtbank oordeelt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van feit 4 vanwege verjaring. Verdachte wordt vrijgesproken van feiten 1, 2 en 3 omdat niet is bewezen dat hij niet-deelnemer was aan de gesprekken en het wederrechtelijke karakter ontbreekt.
Feit 5 betreft smaadschrift door publicatie van een blog. Hoewel het feit bewezen wordt verklaard, acht de rechtbank het niet strafbaar omdat verdachte te goeder trouw handelde en het algemeen belang diende. De uitlatingen betroffen het aan de kaak stellen van een misstand omtrent de integriteit van de burgemeester, binnen een context van eerdere incidenten.
De rechtbank concludeert dat verdachte niet strafbaar is en ontslaat hem van alle rechtsvervolging. Hiermee wordt het strafrechtelijk belang van vrijheid van meningsuiting en bescherming van het algemeen belang benadrukt, mits te goeder trouw gehandeld wordt.