ECLI:NL:RBAMS:2025:2262

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
13/347115-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 OLWArt. 35 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beëindiging opschorting termijn feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelt een verzoek van de officier van justitie om de opschorting van de termijn voor feitelijke overlevering van een persoon aan Polen te beëindigen. De opschorting was eerder toegekend op grond van ernstige humanitaire omstandigheden, omdat de opgeëiste persoon ernstige medische klachten heeft.

De rechtbank overweegt dat ondanks het bezoek aan een uroloog onduidelijk blijft of de medische situatie van de opgeëiste persoon zodanig is dat vervoer per vliegtuig mogelijk is en of er sprake is van ernstig nierfalen dat een operatie vereist. Hierdoor bestaat nog steeds een ernstig risico voor het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon bij overlevering.

Daarom wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en handhaaft de opschorting van de overleveringstermijn. Tevens verlengt de rechtbank de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon met 30 dagen op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot beëindiging van de opschorting van de feitelijke overlevering af en verlengt de vrijheidsbeneming met 30 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-347115-24
Afwijzing vordering beëindiging opschorting termijn van feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[de opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Polen),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
gedetineerd in [detentieadres].
Raadsvrouw mr. C.C.J. Mouwen.

Procedure

Op 20 februari 2025 is de overlevering aan Polen van de opgeëiste persoon toegestaan.
Bij beslissing van de rechtbank van 26 februari 2025 is de termijn van feitelijke overlevering op verzoek van de raadsvrouw van opgeëiste persoon opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen op grond van artikel 35 lid Pro 3, eerste volzin OLW. Tevens is op die datum de vrijheidsbeneming verlengd op grond van art. 34 OLW Pro.
De officier van justitie heeft op 26 maart 2025 op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW gevorderd dat de opschorting van de termijn voor de feitelijke overlevering moet worden beëindigd, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet meer bestaan. Tevens heeft de officier van justitie (bij afzonderlijke vordering) gevorderd dat op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming met 30 dagen wordt verlengd.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon nog steeds gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.
Uit hetgeen is aangevoerd door de opgeëiste persoon blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon ernstige klachten heeft aan zijn blaas, nieren en hart en dat hij hiervoor behandeld wordt in detentie. Inmiddels heeft hij een uroloog bezocht, maar onduidelijk is of er (nog) sprake is van ernstig nierfalen waarvoor een operatie noodzakelijk is; ook is niet duidelijk of hij per vliegtuig vervoerd kan worden.
Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen. Er is derhalve nog steeds sprake van opschorting van de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn. De rechtbank zal de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen verlengen, deze beslissing is afzonderlijk vastgelegd.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST AF de vordering ex artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW;

Deze beslissing is genomen op 26 maart 2025 door
mr. B.M. Vroom-Cramer, rechter,
en in tegenwoordigheid van D. Vermeulen, griffier.