ECLI:NL:RBAMS:2025:2078
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap naar Iers recht met behoud geslachtsnaam toegewezen
Verzoeker, geboren in Ierland in 1967, verzoekt de ontkenning van het vaderschap van zijn juridische vader, die binnen het huwelijk van zijn moeder was, maar feitelijk niet zijn biologische vader is. De rechtbank stelt vast dat Iers recht van toepassing is, omdat verzoeker kort na zijn eerste verjaardag naar Nederland verhuisde. Volgens de Status of Children Act 1987 geldt een vermoeden van niet-vaderschap indien het kind meer dan tien maanden na de scheiding van de ouders wordt geboren.
DNA-onderzoek bevestigt met meer dan 99,9% waarschijnlijkheid dat de heer [naam 1] de biologische vader is. De rechtbank verklaart daarom de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader gegrond. Verzoeker wenst echter zijn juridische geslachtsnaam te behouden, ondanks dat hij na ontkenning volgens Nederlands recht de geslachtsnaam van zijn moeder zou krijgen.
De rechtbank oordeelt dat het naamrecht valt onder artikel 8 EVRM Pro en dat het behoud van de geslachtsnaam een wezenlijk onderdeel van de identiteit van verzoeker vormt. Er is geen zwaarwegend belang dat inmenging rechtvaardigt. Daarom wordt het rechtsgevolg van geslachtsnaamswijziging onthouden, zodat verzoeker zijn juridische geslachtsnaam behoudt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontkenning van het vaderschap toe en staat verzoeker toe zijn juridische geslachtsnaam te behouden.