Uitspraak
- namens [eiser] de heer [naam] bijgestaan door zijn gemachtigde; en
- [gedaagde] bijgestaan door zijn gemachtigde.
- de dagvaarding van 19 februari 2025 met producties; en
- de producties van [gedaagde] .
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder dat de huurder zijn parkeervergunning bij de gemeente Amsterdam opzegt, zodat een andere huurder de vergunning kan overnemen. De huurder woont sinds 2013 in een studio zonder eigen adres en is sinds 2016 houder van een parkeervergunning op een ander adres, met toestemming van de rechtsvoorganger van de verhuurder.
De kantonrechter beoordeelt eerst of er sprake is van een spoedeisend belang. Dit wordt ontkennend beantwoord omdat de andere huurder geen tweede auto bezit en er geen dringende reden is om de bodemprocedure niet af te wachten. Daarom wordt de verhuurder niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast overweegt de kantonrechter dat zelfs bij spoedeisend belang geen grond bestaat om de huurder te verplichten zijn parkeervergunning op te zeggen. Er is geen wettelijke verplichting om de verhuurder hierover te informeren, en het gebruik van de vergunning is niet onredelijk of onbillijk. Een eerdere e-mail van de rechtsvoorganger van de verhuurder wordt gezien als een eenzijdige mededeling en geen bindende afspraak.
De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden vastgesteld op €610,50. De uitspraak is mondeling gedaan op de zitting van 17 maart 2025 door kantonrechter L. van Berkum.
Uitkomst: Verhuurder is niet-ontvankelijk en huurder hoeft parkeervergunning niet op te zeggen.