ECLI:NL:RBAMS:2025:2049

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
13/053944-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 OLWArt. 18 lid 1 OLWArt. 19 OLWArt. 21 lid 3 OLWArt. 42 OLW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding in overleveringsprocedure

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 maart 2025 een verzoek tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding van een opgeëiste persoon uit Roemenië, die op 19 februari 2025 voorlopig was aangehouden op grond van de Overleveringswet. De rechter-commissaris had op 20 februari 2025 het bevel tot bewaring bevolen en op 5 maart 2025 was de verkorte procedure tot onmiddellijke overlevering toegestaan.

De officier van justitie verzocht de rechtbank om de voorlopige aanhouding om te zetten in een aanhouding omdat de termijn van het bevel bewaring vóór de geplande feitelijke overlevering op 14 maart 2025 zou verstrijken. De rechtbank overwoog echter dat na het toestaan van de verkorte procedure de termijn van bewaring niet langer beperkt wordt door artikel 19 OLW Pro maar door artikel 42 OLW Pro, waardoor de opgeëiste persoon nog maximaal twintig dagen in bewaring kan blijven na het afleggen van de verklaring.

De rechtbank stelde vast dat omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding niet meer aan de orde is omdat al een beslissing is genomen in het kader van de verkorte procedure. Bovendien loopt het bevel bewaring nog tien dagen door en is de feitelijke overlevering binnen deze termijn gepland. Er was geen informatie over overmacht of humanitaire redenen die een verlenging van bewaring zouden rechtvaardigen.

Daarom wees de rechtbank de vordering tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding af.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-053944-25
Omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding (artikel 21 lid 3 Overleveringswet Pro)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Roemenië heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Roemenië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
gedetineerd in [detentieplaats] .
Raadsman mr. E. Boskma.

Procedure

De opgeëiste persoon is op 19 februari 2025 voorlopig aangehouden op grond van artikel 17 Overleveringswet Pro (OLW).
Op 20 februari 2025 heeft de rechter-commissaris in de rechtbank Amsterdam op grond van artikel 18 lid 1 OLW Pro de bewaring bevolen.
Bij beslissing van 5 maart 2025 heeft de rechtbank de onmiddellijke overlevering (verkorte procedure) toegestaan. De feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon is gepland tegen 14 maart 2025.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de voorlopige aanhouding in aanhouding zal omzetten omdat de termijn van het bevel bewaring vóór 14 maart 2025 verstrijkt.

Beoordeling

De rechtbank overweegt dat in casu een bevel bewaring op grond van artikel 18 OLW Pro is afgegeven op 20 februari 2025 door de rechter-commissaris. Inmiddels heeft de rechtbank bij beslissing van 5 maart 2025 beslist tot het toestaan van de verkorte procedure, daarmee geldt ten aanzien van het bevel bewaring niet langer de beperkende duur van artikel 19 aanhef Pro onder b OLW, maar dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in artikel 42 OLW Pro, namelijk dat na de dag waarop de opgeëiste persoon de verklaring heeft afgelegd tot de verkorte procedure hij nog ten hoogste twintig dagen in bewaring gesteld kan blijven.
Van omzetting van de voorlopige aanhouding ex artikel 21 lid 3 OLW Pro is niet langer sprake nu dit enkel aan de orde is wanneer nog geen beslissing is genomen op een verzoek tot overlevering en enkel geldt tot het moment dat de rechtbank over de gevangenhouding beslist. Inmiddels is reeds beslist in het kader van de verkorte procedure en daarmee is deze omzettingsprocedure niet langer aan de orde.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat in het proces-verbaal van de Rechtbank Amsterdam van de raadkamerzitting van 5 maart 2025 expliciet staat vermeld dat het bevel bewaring van de rechter-commissaris nog voor tien dagen doorloopt. Aangezien de feitelijke overlevering binnen deze termijn staat gepland lijkt een verlenging niet nodig. Er is overigens geen informatie aangeleverd op grond waarvan ruimte zou zijn geweest om een tot een verlenging te beslissen in het kader van artikel 42 lid 3 OLW Pro, te weten dat de overlevering niet heeft kunnen plaatsvinden – kort gezegd – door omstandigheden van overmacht of door ernstige humanitaire redenen.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst af de vordering tot omzetting van de voorlopige aanhouding in een aanhouding.
Deze beslissing is genomen op 11 maart 2025 door
mr. M. Westerman, rechter,
en in tegenwoordigheid van M. van Veen, griffier.