ECLI:NL:RBAMS:2025:2008
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over huurprijs en voortzetting huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder per 1 februari 2024 is geëindigd of is voortgezet voor onbepaalde tijd, en of de huurprijs correct is vastgesteld. De huurovereenkomst betrof een zelfstandige woonruimte met een all-in huurprijs van €1.657 per maand inclusief servicekosten. Na het verlopen van het contract ontstond discussie over huurverhoging en contractverlenging.
De huurder betwistte de huurverhoging van €100 en stelde dat het contract automatisch voor onbepaalde tijd was voortgezet. De verhuurder stuurde pas na afloop van het contract een nieuw huurvoorstel, dat niet werd geaccepteerd. De huurcommissie oordeelde dat sprake was van een all-in prijs die gesplitst moest worden in kale huur en servicekosten, waarbij de kale huurprijs aanzienlijk lager uitviel.
De kantonrechter stelde vast dat de verhuurder als professionele verhuurder handelde en dat de huurovereenkomst op grond van artikel 7:271 lid 1 BW Pro per 1 februari 2024 voor onbepaalde tijd is voortgezet. De huurverhoging was niet rechtsgeldig omdat geen huurprijswijzigingsbeding was overeengekomen. De uitspraak van de huurcommissie werd bevestigd, waardoor de kale huurprijs per 1 juni 2024 €911,35 bedroeg en het voorschot servicekosten €414,25. De verhuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst is voortgezet voor onbepaalde tijd, de huurprijs is gesplitst en de verhuurder moet te veel betaalde huur terugbetalen.