Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 9.180,00 bruto met inachtneming van de verleende beschikking uit hoofde van de 30% regeling, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten;
Rechtbank Amsterdam
De werknemer, sinds 1 januari 2022 in dienst als Senior Manager Audit, werd op 6 december 2024 op staande voet ontslagen. Zij was sinds februari 2024 arbeidsongeschikt. Na het ontslag heeft de werknemer verzocht het ontslag met terugwerkende kracht te vernietigen en het lopende loon te betalen.
De werkgever heeft het ontslag op staande voet in januari 2025 op verzoek van de werknemer ingetrokken en het dienstverband als ononderbroken voortgezet, inclusief loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet bij gebrek aan belang moet worden afgewezen, aangezien het ontslag feitelijk ongedaan is gemaakt.
Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van het loon over de periode 6 december 2024 tot en met 31 januari 2025, minus een reeds betaalde voorschot van €9.000 netto. Daarnaast is een wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente toegewezen wegens te late betaling. Verzoeken tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, afgifte van specificaties en toegang tot bedrijfssystemen worden afgewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen omdat het ontslag op verzoek van de werknemer ongedaan is gemaakt en het loon is hervat.