ECLI:NL:RBAMS:2025:1702
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering wegens ne bis in idem door overname Bulgaarse justitiële autoriteiten
Op 28 november 2022 is de veroordeelde door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens mensenhandel. De verdenking van witwassen is afgesplitst en nog niet in Nederland behandeld. De officier van justitie vorderde op 17 oktober 2024 ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van maximaal €109.184.
Tijdens de terechtzitting van 12 februari 2025 gaf de officier van justitie aan dat de vervolging van de witwaszaak en de ontnemingsprocedure zijn overgenomen door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Daarom verzocht het Openbaar Ministerie om niet-ontvankelijkverklaring van de vordering op grond van het ne bis in idem-beginsel. De raadsman van de veroordeelde steunde dit standpunt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring gegrond is, gezien de overname door Bulgarije en het expliciete verzoek van het Openbaar Ministerie. De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Veroordeelde was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering vanwege overname door Bulgaarse justitiële autoriteiten in het kader van ne bis in idem.