ECLI:NL:RBAMS:2025:1702

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
13/728046-16 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering wegens ne bis in idem door overname Bulgaarse justitiële autoriteiten

Op 28 november 2022 is de veroordeelde door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens mensenhandel. De verdenking van witwassen is afgesplitst en nog niet in Nederland behandeld. De officier van justitie vorderde op 17 oktober 2024 ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van maximaal €109.184.

Tijdens de terechtzitting van 12 februari 2025 gaf de officier van justitie aan dat de vervolging van de witwaszaak en de ontnemingsprocedure zijn overgenomen door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Daarom verzocht het Openbaar Ministerie om niet-ontvankelijkverklaring van de vordering op grond van het ne bis in idem-beginsel. De raadsman van de veroordeelde steunde dit standpunt.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring gegrond is, gezien de overname door Bulgarije en het expliciete verzoek van het Openbaar Ministerie. De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Veroordeelde was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering vanwege overname door Bulgaarse justitiële autoriteiten in het kader van ne bis in idem.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS
Parketnummer: 13/728046-16 (ontneming)
Datum uitspraak: 12 februari 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/728046-16, tegen:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering tot ontneming van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2025. Veroordeelde is niet verschenen. De raadsman van veroordeelde, mr. R.A. van der Horst, advocaat in Amsterdam, was wel aanwezig. Hij verklaarde uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens veroordeelde het woord te voeren.

2.De vordering

Op 28 november 2022 is [veroordeelde] (hierna te noemen veroordeelde) door de rechtbank Amsterdam veroordeeld ter zake mensenhandel tot 15 maanden gevangenisstraf. De eveneens tenlastegelegde verdenking inzake witwassen is door de rechtbank afgesplitst en is in Nederland nog niet op enige zitting behandeld.
De vordering van de officier van justitie van 17 oktober 2024 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 109.184,-
De officier van justitie heeft ter terechtzitting evenwel medegedeeld dat de vervolging van veroordeelde terzake de verdenking van witwassen en de ontnemingsprocedure zijn overgenomen door de Bulgaarse justitiële autoriteiten. Het Nederlandse Openbaar Ministerie zal veroordeelde dan ook niet verder voor deze feiten vervolgen. Daarom heeft de officier van justitie verzocht het Openbaar Ministerie in deze ontnemingsvordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het beginsel van ne bis in idem.
De raadsman heeft zich ook op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

3.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaren in de ontnemingsvordering gelet op de mededeling van de officier van justitie dat de ontnemingsvordering door de Bulgaarse justitiële autoriteiten zal worden opgepakt en gelet op het uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie zelf om het Openbaar Ministerie in deze procedure niet-ontvankelijk te verklaren.

4.Beslissing

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. A. Eichperger en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 februari 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen