ECLI:NL:RBAMS:2025:1427
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen korte duur huurovereenkomst voor kamerstudent; Huurcommissie uitspraak bevestigd
De zaak betreft een geschil over de kwalificatie van een huurovereenkomst voor een gemeubileerde studentenkamer en de redelijkheid van de huurprijs. De huurder, een buitenlandse student, huurde een kamer voor een periode van 2 tot 5 maanden. De verhuurder stelde dat het een overeenkomst van korte duur betrof, waardoor huurbescherming niet van toepassing zou zijn.
De Huurcommissie had eerder de all-in huurprijs gesplitst in kale huur en servicekosten en de maximale huurprijs vastgesteld. De verhuurder betwistte de bevoegdheid van de Huurcommissie en de puntentelling. De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst niet kwalificeert als een overeenkomst van korte duur volgens artikel 7:232 lid 2 BW Pro, mede vanwege het gebruik en de duur van de huur, en bevestigde dat de Huurcommissie bevoegd was.
De rechtbank wees de vorderingen van de verhuurder af, stelde de maximale kale huurprijs vast op €178,94 en het voorschot servicekosten op €375,00. De verhuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde huur en servicekosten aan de huurder. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de verhuurder af en bevestigt de Huurcommissie-uitspraak over huurprijs en servicekosten.