Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Ik woon weer in [woonplaats 1]
(…)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiser vordert betaling van achterstallig loon over meerdere maanden, stellende vanaf augustus 2024 40 uur per week te hebben gewerkt. Gedaagde erkent alleen loon over september 2024 en betwist dat eiser in augustus en na september werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter beoordeelt het spoedeisend belang en de kans van slagen in de bodemprocedure.
De arbeidsovereenkomst vermeldt een startdatum van 5 september 2024. Bewijs uit WhatsApp-berichten en loonstroken toont geen werkzaamheden in augustus 2024 aan. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat zij meer uren dan erkend heeft gewerkt in september. Na 1 oktober 2024 is geen loon toegekend omdat eiser niet meer is komen werken en de arbeidsovereenkomst feitelijk is beëindigd.
De kantonrechter wijst het loon over september 2024 toe tot het erkende bedrag van €1.672,58 netto, vermeerderd met 50% wettelijke verhoging en 8,33% eindejaarsuitkering. Daarnaast worden wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten van €303,61 en proceskosten toegewezen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Loonvordering deels toegewezen voor september 2024 met wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten; overige vorderingen afgewezen.