ECLI:NL:RBAMS:2025:1398
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Teruggave inbeslaggenomen leaseauto wegens ontbreken strafvorderlijk belang
Op 19 november 2024 werd op grond van artikel 94 Sv Pro een leaseauto, een Mercedes-Benz A180, in beslag genomen van de klager. De klager, die de auto gebruikt voor zijn bedrijf en deze ter beschikking stelt aan ingehuurde ZZP-ers, diende op 21 november 2024 een klaagschrift in tegen het beslag. De leasemaatschappij had geen bezwaar tegen teruggave en deed geen beroep op ontbindende voorwaarden.
De rechtbank Amsterdam behandelde het klaagschrift op 15 januari 2025 in openbare raadkamer. Zowel de gemachtigde van de klager als de officier van justitie werden gehoord. Het Openbaar Ministerie verzette zich niet tegen teruggave. De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag niet rechtvaardigt, mede omdat het voorwerp kan dienen om de waarheid aan het licht te brengen of wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, maar dat in dit geval die belangen niet aanwezig zijn.
De rechtbank achtte aannemelijk dat de leaseauto toebehoort aan de klager, ondanks de leaseovereenkomst, en dat teruggave maatschappelijk niet onverantwoord is. Daarom werd het beklag gegrond verklaard en de teruggave van de auto aan de klager gelast. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en de inbeslaggenomen leaseauto wordt teruggegeven aan de beslagene.