Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIbij dit vonnis. Omdat verdachte feit 2 heeft bekend, wordt op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van dit feit.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
8.De vordering van de benadeelde partijen
9.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 13/334068-23
10.De toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
twee (2) jaren.
[aangeefster]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 500,-(vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (
27 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[aangeefster]aan de Staat
€ 500,-(vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (
27 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[aangeefster 2]toe tot een bedrag van
€ 350,-(driehonderdvijftig euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (
14 september 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[aangeefster 2]aan de Staat
€ 350,-(driehonderdvijftig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (
14 september 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 (zeven) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[(…)]