ECLI:NL:RBAMS:2025:1176

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
13-401098-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 februari 2025 een vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten te Keulen. Het EAB betreft een verdachte met de Nederlandse nationaliteit, geboren in 2002, die wordt verdacht van ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsbeneming en gijzeling, strafbare feiten volgens Duits recht met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.

De verdachte verscheen ter zitting en werd bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank beval gevangenhouding voorafgaand aan de uitspraak. De verdachte erkende zijn identiteit en bevestigde zijn Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele vereisten en dat het strafbare feit een lijstfeit is volgens de Nederlandse Overleveringswet, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht.

De verdachte beriep zich op de terugkeergarantie zoals bedoeld in artikel 6 van Pro de Overleveringswet, omdat hij sterke banden met Nederland heeft en de strafuitvoering hier beter past bij zijn maatschappelijke re-integratie. De Duitse autoriteiten gaven een schriftelijke garantie dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en zag geen weigeringsgronden voor overlevering.

De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en maakte het vonnis openbaar. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe onder de voorwaarde van strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-401098-24
Datum uitspraak: 6 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 4 februari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 november 2024 door het
AmtsgerichtKeulen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 februari 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Na sluiting heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
AmtsgerichtKeulen van 19 november 2024 (met kenmerk 501 Gs 3928/24).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsbeneming en gijzeling
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
The Public Prosecution Office Cologneheeft op 29 januari 2025 de volgende garantie gegeven:
"It is assured that the person being prosecuted, in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany, will be returned to the Netherlands for the purpose of serving a custodial sentence or measure involving deprivation of liberty, on the basis of the applicable version of Council Framework Decision 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union (OJ L 327, 5 December 2008, p. 27) is remanded back to the Netherlands for further execution of the sentence."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
AmtsgerichtKeulen, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.