Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
4. [eiser 4] ,
5. [eiser 5] ,
6. [eiser 6] ,
7. [eiser 7] ,
8. [eiser 8] ,
9. [eiser 9] ,
10. [eiser 10] ,
11. [eiser 11] ,
12. [eiser 12] ,
13. [eiser 13] ,
14. [eiser 14] ,
15. [eiser 15] ,
16. [eiser 16] ,
17. [eiser 17] ,
18. [eiser 18] ,
19. [eiser 19] ,
1.De procedure
- Mr. Loonstein, mr. Van Roon, en mr. Nunez Casanova;
- [eiser 4] , eiser in zaak C/13/776878 / KG ZA 25-822;
- [eiser 13] , eiser in zaak C/13/776878 / KG ZA 25-822;
- [naam 1] , eiser in zaak C/13/776883 / KG ZA 25/823;
- [naam 2] , eiser in zaak C/13/776898 / KG ZA 25-824;
- [naam 3] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;
- [naam 4] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;
- [naam 5] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
welkeNederlandse rechterlijke instantie bevoegd is (relatieve competentie) wordt bepaald door Nederlands recht. Niet in geschil is dat de Amsterdamse voorzieningenrechter in ieder geval bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de eisers die hun woonplaats in [woonplaats 4] hebben, op grond van artikel 101 Rv Pro. Ten aanzien van de buiten [woonplaats 4] wonende eisers wordt geoordeeld dat Amsterdamse voorzieningenrechter eveneens bevoegd is omdat tussen de vorderingen van eisers een zodanige samenhang bestaat dat het doelmatig is om die gezamenlijk in één procedure te behandelen (ECLI:NL:PHR:1978:AC6384). Risepoint heeft aangevoerd dat het splitsen van de vorderingen in afzonderlijke zaken bij afzonderlijke gerechten tot voordeel zou hebben dat er meer tijd is voor individuele beoordeling, maar aan dit argument wordt voorbijgegaan. Dat de verschillen tussen de eisers (allen ‘betrokkenen’ in de zin van de AVG die een inzageverzoek hebben gedaan) dermate van belang zijn voor de beoordeling van de vorderingen, dat zij afzonderlijke procedures – met de daarbij komende toename aan procedurele kosten en belasting van de capaciteit van de rechtspraak – rechtvaardigen, heeft Risepoint niet aannemelijk gemaakt.
Any restriction to the rights of the data subject referred to in article 23 of the
“(…), the controller cannot invoke the restriction
.