ECLI:NL:RBAMS:2025:11285

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/13/776899/ KG ZA 25-825
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVGArt. 20 AVGArt. 79 lid 2 AVGArt. 101 RvArt. 194 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inzageverzoek persoonsgegevens goktransacties Unibet op grond van AVG

Risepoint heeft van circa 2004 tot 1 oktober 2021 het online casino Unibet zonder Nederlandse vergunning aangeboden. Eisers, voormalige gebruikers van Unibet, hebben tussen maart 2024 en januari 2025 inzageverzoeken ingediend op grond van artikel 15 AVG Pro, die Risepoint niet heeft gehonoreerd.

Eisers vorderen in kort geding dat Risepoint hen inzage verschaft in hun persoonsgegevens, met name transactieoverzichten, in een begrijpelijk en gangbaar formaat. Risepoint voert verweer, onder meer dat het inzageverzoek misbruik van recht zou zijn omdat eisers de gegevens willen gebruiken voor een bodemprocedure over gokverliezen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de Amsterdamse rechtbank bevoegd is en dat het spoedeisend belang aanwezig is. Het inzagerecht geldt ook als het verzoek wordt gedaan met het oog op een andere procedure. Er is geen sprake van misbruik van recht. Ook een beroep op beperkingen onder Maltees recht faalt omdat geen daadwerkelijke of dreigende claim is aangetoond.

Risepoint wordt veroordeeld om binnen 21 dagen de gevraagde transactiegegevens te verstrekken in een gangbaar formaat en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.760,47. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Risepoint wordt veroordeeld tot verstrekking van transactiegegevens binnen 21 dagen en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/776899 / KG ZA 25-825 NB/JD
Vonnis in kort geding van 24 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
4. [eiser 4] ,
te [woonplaats 4]

5. [eiser 5] ,

wonende te [woonplaats 5] ,
6. [eiser 6] ,
wonende te [woonplaats 6] ,
7. [eiser 7] ,
wonende te [woonplaats 7] ,
8. [eiser 8] ,
wonende te [woonplaats 8] ,
9. [eiser 9] ,
wonende te [woonplaats 9] ,
10. [eiser 10] ,
wonende te [woonplaats 10] ,
11. [eiser 11] ,
wonende te [woonplaats 11] ,
12. [eiser 12] ,
wonende te [woonplaats 12] ,
13. [eiser 13] ,
wonende te [woonplaats 13] ,
14. [eiser 14] ,
wonende te [woonplaats 14] ,
15. [eiser 15] ,
wonende te [woonplaats 15] ,
16. [eiser 16] ,
wonende te [woonplaats 16] ,
17. [eiser 17] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
18. [eiser 18] ,
wonende te [woonplaats 17] ,

19. [eiser 19] ,

wonende te [woonplaats 18] ,
eisers bij dagvaarding van 31 oktober 2025,
advocaten: mrs. B.Z. Loonstein en D.A. van Roon,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
RISEPOINT LIMITED,
te Malta,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Risepoint,
advocaten: mrs. J.G. Reus, D.A. van der Kooij, M. Moeskops en L.S.C. de Graaf.

1.De procedure

Ter zitting van 10 december 2025 zijn de kort geding procedures met kenmerk C/13/776878 / KG ZA 25-822, C/13/776883 / KG ZA 25/823, C/13/776898 / KG ZA 25-824, en C/13/776899 / KG ZA 25-825 gelijktijdig behandeld. Eisers hebben de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Risepoint heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend.
Ter zitting waren aanwezig:
aan de kant van eisers:
  • Mr. Loonstein, mr. Van Roon, en mr. Nunez Casanova;
  • [naam 1] , eiser in zaak C/13/776878 / KG ZA 25-822;
  • [naam 2] , eiser in zaak C/13/776878 / KG ZA 25-822;
  • [naam 3] , eiser in zaak C/13/776883 / KG ZA 25/823;
  • [naam 4] , eiser in zaak C/13/776898 / KG ZA 25-824;
  • [eiser 1] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;
  • [eiser 19] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;
  • [eiser 12] , eiser in zaak C/13/776899 / KG ZA 25-825;

2.De feiten

2.1.
Risepoint heeft vanaf omstreeks 2004 tot 1 oktober 2021 het online casino Unibet aangeboden op de Nederlandse (online) markt. Zij beschikte daarvoor niet over een vergunning van de Nederlandse Kansspelautoriteit (Ksa). Risepoint (voorheen Trannel International Ltd.) maakte deel uit van de Kindred Group PLC (voorheen Unibet Group PLC). In oktober 2024 is Kindred overgenomen door La Française des Jeux (FDJ).
2.2.
Eisers hebben in het verleden (met name (ook) in de periode vóór 1 oktober 2021) een account gehad bij de website van Unibet.
2.3.
Eisers hebben allen tussen maart 2024 en januari 2025 een inzageverzoek in de zin van artikel 15 AVG Pro gericht aan Unibet.

3.Het geschil

3.1.
Eisers vorderen - samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis met veroordeling van Risepoint in de proceskosten:
Risepoint te bevelen om aan eisers informatie te verschaffen over de in de dagvaarding beschreven verwerkingen van persoonsgegevens en/of de in de dagvaarding beschreven (andere) gegevens, door eisers inzage te verlenen in deze gegevens, waaronder in elk geval begrepen de directe of indirecte transacties tussen de betreffende eisers en Risepoint door aan elk van eisers een kopie of afschrift van diens gegevens elektronisch te verstrekken die een compleet beeld vormen van deze gegevens en/of transacties, in een gangbaar formaat als XLS(X) of CSV dan wel door middel van een Application Programming Interface en waarbij de aan eisers te verstrekken informatie c.q. gegevens begrijpelijk zijn en hen in staat stellen de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking van die gegevens te controleren en de hoogte van door hen verrichte stortingen en opnames bij het casino Unibet te achterhalen, op straffe van dwangsommen.
3.2.
Eisers hebben aan hun vorderingen artikel 15 (het recht op inzage) en 20 (het recht op dataportabiliteit) van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ten grondslag gelegd. Daarnaast beroepen eisers zich op artikel 194 en Pro volgende Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).
3.3.
Risepoint voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht, relatieve bevoegdheid, en toepasselijk recht
4.1.
Risepoint is gevestigd in Malta. Hierdoor heeft de zaak een internationaal karakter en moet worden beoordeeld of de Amsterdamse voorzieningenrechter rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
4.2.
Eisers beroepen zich in dit kort geding op hun inzagerecht, zoals bepaald in artikel 15 lid 1 AVG Pro. Op grond van artikel 79 lid 2 AVG Pro kunnen zij een procedure instellen bij de gerechten van de lidstaat waar de betrokkene gewoonlijk verblijft, in het geval van eisers kan dit dus in Nederland. De vraag
welkeNederlandse rechterlijke instantie bevoegd is (relatieve competentie) wordt bepaald door Nederlands recht. Niet in geschil is dat de Amsterdamse voorzieningenrechter in ieder geval bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de eisers die hun woonplaats in [woonplaats 1] hebben, op grond van artikel 101 Rv Pro. Ten aanzien van de buiten [woonplaats 1] wonende eisers wordt geoordeeld dat Amsterdamse voorzieningenrechter eveneens bevoegd is omdat tussen de vorderingen van eisers een zodanige samenhang bestaat dat het doelmatig is om die gezamenlijk in één procedure te behandelen (ECLI:NL:PHR:1978:AC6384). Risepoint heeft aangevoerd dat het splitsen van de vorderingen in afzonderlijke zaken bij afzonderlijke gerechten tot voordeel zou hebben dat er meer tijd is voor individuele beoordeling, maar aan dit argument wordt voorbijgegaan. Dat de verschillen tussen de eisers (allen ‘betrokkenen’ in de zin van de AVG die een inzageverzoek hebben gedaan) dermate van belang zijn voor de beoordeling van de vorderingen, dat zij afzonderlijke procedures – met de daarbij komende toename aan procedurele kosten en belasting van de capaciteit van de rechtspraak – rechtvaardigen, heeft Risepoint niet aannemelijk gemaakt.
4.3.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de AVG van toepassing is. Op de inzagevordering op grond van de artikelen 194 en 195 Rv is Nederlands recht van toepassing.
Spoedeisend belang
4.4.
Eisers hebben gemotiveerd gesteld en met stukken onderbouwd dat zij allen individueel, in de periode van maart 2024 tot en met januari 2025, inzage hebben verzocht uit hoofde van artikel 15 AVG Pro, en dat Risepoint die verzoeken niet heeft gehonoreerd. Niet in geschil is dat Risepoint verwerkingsverantwoordelijke is, en eisers betrokkenen zijn in de zin van de AVG. Uitgangspunt is dat Risepoint binnen één maand op inzageverzoeken van betrokkenen dient te reageren, welke termijn indien nodig met twee maanden kan worden verlengd (artikel 12 lid 3 AVG Pro). Risepoint heeft aangevoerd dat zij een deel van de door eisers per e-mail aan [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] verstuurde verzoeken niet zou hebben ontvangen, en dat een deel van die verzoeken onduidelijk is. Los van de vraag of dit waar is, leidt deze stelling, anders dan Risepoint heeft aangevoerd, niet tot het oordeel dat de gevorderde inzage ten aanzien van deze verzoeken moet worden afgewezen. Risepoint was in ieder geval op de hoogte van alle verzoeken na betekening van de dagvaarding in dit kort geding op 31 oktober 2025 en stelt zich in deze procedure op het standpunt dat zij niet verplicht is om daaraan te voldoen, ook niet aan de inzageverzoeken waarvan zij de eerdere ontvangst wél erkent. Risepoint geeft dus hoe dan ook geen gehoor aan het inzagerecht van eisers binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn. Daarmee is het spoedeisende belang van eisers bij een beslissing op hun vorderingen in dit kort geding gegeven.
4.5.
Risepoint heeft verder aangevoerd dat het spoedeisend belang van eisers niettemin ontbreekt omdat de vordering enkel dient tot het verkrijgen van bewijs ter onderbouwing van een vordering tegen Risepoint. Dit doet niet af aan het spoedeisend belang van eisers zoals hiervoor beoordeeld. De vraag of eisers het inzageverzoek aanwenden voor een ander doel dan waarvoor dit is bedoeld zal hierna vanaf 4.7 aan de orde komen.
Geschikt voor kort geding
4.6.
Risepoint heeft aangevoerd dat deze zaak ongeschikt is om in kort geding te worden behandeld. Dit standpunt wordt gepasseerd. Zowel vanuit feitelijk als juridisch oogpunt is het geschil niet dusdanig ingewikkeld en omvangrijk dat beslechting daarvan in kort geding niet mogelijk is.
Geen misbruik van recht
4.7.
Het inzagerecht beoogt een betrokkene in staat te stellen zich van de verwerking van zijn persoonsgegevens op de hoogte te stellen en de rechtmatigheid daarvan te controleren. Een verzoeker hoeft de reden van het verzoek niet te onderbouwen. In dit kort geding hebben eisers niettemin toegelicht dat zij willen weten of Risepoint data van hen heeft verwerkt, en zo ja welke data, en dat zij deze willen controleren. Verder willen zij mogelijk een procedure starten en willen zij weten hoeveel zij hebben vergokt, wanneer zij hebben gegokt, en op welke wijze. Eisers stellen dat zij de data ook kunnen gebruiken voor herstel van problematisch gokgedrag. Risepoint stelt dat evident is dat het eisers slechts te doen is om informatie te vergaren die kan dienen als basis voor eventuele terugvorderingen van gokverliezen. Zij verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2022:1437) en van de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:19169), en stelt dat het AVG-inzagerecht daarvoor niet is bedoeld.
4.8.
Geoordeeld wordt als volgt. Gelet op de omstandigheden van dit geval en de standpunten die partijen over en weer hebben ingenomen, is aannemelijk is dat het inzageverzoek van eisers hoofdzakelijk tot doel heeft om een procedure voor te bereiden waarin eisers aanspraak zullen maken op geleden gokverliezen. Voor het oordeel dat eisers daarmee misbruik van bevoegdheid maken is dit echter onvoldoende. Op grond van artikel 15 AVG Pro is een verwerkingsverantwoordelijke verplicht om aan de betrokkene kosteloos een eerste kopie van de hem betreffende persoonsgegevens te verstrekken óók wanneer dit verzoek wordt gedaan met een ander doel dan hiervoor onder 4.7. verwoord (ECLI:EU:C:2023:811, r.o. 52). Van bijkomende omstandigheden die maken dat in dit geval wél sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid is niet gebleken.
Beperking naar Maltees recht?
4.9.
Risepoint beroept zich op artikel 4 sub e van Pro de Malta Data Protection Act 2018, dat als volgt luidt.
"(…)
Any restriction to the rights of the data subject referred to in article 23 of the
Regulation shall only apply where such restrictions are a necessary measure
required:
(…)
(e) for the establishment, exercise or defence of a legal claim and for legal
proceedings which may be instituted under any law;
(…)”
Risepoint verwijst voor toelichting op dit artikel naar de website van de Information and Data Protection Commissioner (IDPC), de Maltese privacytoezichthouder, waarop het volgende staat:
“For a restriction under regulation 4(e) of Subsidiary Legislation 586.09 to be
justified, the controller must demonstrate that it is strictly necessary to defend
an actual legal claim or legal proceedings. A restriction cannot be based
merely on the possibility that the data subject may initiate legal action
following receipt of the information. A hypothetical or speculative rationale
does not satisfy the legal threshold. Without clear and substantiated evidence
of an existing or imminent legal claim, invoking regulation 4(e) of Subsidiary
Legislation 586.09 constitutes an unlawful interference with the right of
access.”
4.10.
In het midden kan blijven of de IDPC op de onderhavige vorderingen van toepassing is. Niet is gebleken dat sprake is van een “actual” (daadwerkelijke) claim. Risepoint heeft aangevoerd dat wel sprake is van een “imminent” (dreigende) claim van eisers, maar deze enkele stelling is onvoldoende voor het oordeel dat het strikt noodzakelijk (“strictly necessary”) is dat zij ten behoeve van haar verdediging tegen die vooralsnog niet ingestelde claim, het inzageverzoek van eisers volledig naast zich neerlegt. Dit oordeel wordt ondersteund door beslissingen van het IDCP van 3 juli 2024 (CDP/COMP/49/2024) en van 18 februari 2025 (CDP/COMP/145/2024) die eisers hebben overgelegd, waarin is overwogen:
“(…), the controller cannot invoke the restriction
merely on the assumption that the data subject may, following the provision of the information, institute legal action against the controller (…)”.
Conclusie
4.11.
Dit alles betekent dat Risepoint zal moeten voldoen aan het inzageverzoek van eisers. In de dagvaarding hebben eisers toegelicht dat het hen om hun transactieoverzichten (ook wel stortingsoverzichten genoemd) te doen is. Aannemelijk is dat dit persoonsgegevens betreffen die als zodanig onder het inzagerecht van eisers vallen, omdat ook transactiegegevens herleidbaar zijn tot personen. Eisers vorderen ook “in de dagvaarding beschreven (andere) gegevens”. In het lichaam van de dagvaarding is zijn echter geen andere gegevens beschreven waarvan eisers inzage verlangen: het gaat steeds om transactiegeschiedenis dan wel transactieoverzichten. Het bevel zal daarom, ten behoeve van de duidelijkheid, tot die gegevens worden beperkt.
4.12.
Risepoint heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering dat de gegevens begrijpelijk en in gangbaar formaat als XLS(X) of CSV, dan wel door middel van een API worden verstrekt, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
4.13.
Risepoint heeft onvoorwaardelijk toegezegd dat zij na betekening van dit vonnis binnen veertien dagen zal voldoen aan dit bevel. Bij deze stand van zaken zal aan de veroordeling geen dwangsom worden verbonden. Zij heeft aangegeven daarvoor 90 minuten per persoon nodig te hebben. Om die reden wordt de termijn voor verstrekking gesteld op 21 dagen.
4.14.
Nu de gevorderde inzage wordt toegewezen op grond van artikel 15 AVG Pro, behoeft deze vordering op grond van artikelen 194 en volgende Rv geen beoordeling.
4.15.
Risepoint is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.760,47

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt Risepoint om binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis, aan eisers informatie te verschaffen over hun transactiegeschiedenis en/of transactieoverzichten, door eisers inzage te verlenen in de directe of indirecte transacties tussen de betreffende eisers en Risepoint, door aan elk van eisers een kopie of afschrift van diens gegevens elektronisch te verstrekken die een compleet beeld vormen van deze gegevens, in een gangbaar formaat als XLS(X) of CSV dan wel door middel van een Application Programming Interface en waarbij de aan eisers te verstrekken informatie c.q. gegevens begrijpelijk is en hen in staat stelt de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking van die gegevens te controleren en de hoogte van door hen verrichte stortingen en opnames bij het casino Unibet te achterhalen,
5.2.
veroordeelt Risepoint in de proceskosten van € 1.760,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Risepoint niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.