Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:11258

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11616612 \ CV EXPL 25-5019
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst en geschil over urenregistratie en verwijderde documenten tussen opdrachtnemer en opdrachtgever

De zaak betreft een geschil tussen [eiser (handelsnaam)] en DeltaQuad over de uitleg van de term 'aanwezige uren' in een overeenkomst van opdracht en de betaling van facturen. [eiser (handelsnaam)] vordert betaling van openstaande facturen en rectificatie van een e-mail waarin zij wordt beschuldigd van het verwijderen van bedrijfsdocumenten. DeltaQuad betwist de omvang van de gefactureerde uren en vordert schadevergoeding en terugbetaling van onverschuldigde betalingen.

De kantonrechter past de Haviltex-norm toe om de term 'aanwezige uren' uit te leggen en concludeert dat dit begrip niet beperkt is tot fysieke aanwezigheid op kantoor. De gefactureerde uren in november en december 2024 worden grotendeels toegewezen, met correcties voor uren tijdens vakanties en na beëindiging van de opdracht. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat de e-mail onrechtmatig was.

Daarnaast wordt vastgesteld dat [eiser (handelsnaam)] na beëindiging van de opdracht documenten uit de zakelijke cloudomgeving heeft verwijderd en gedownload zonder toestemming. Zij wordt veroordeeld tot het verstrekken van een lijst van deze documenten, het herstellen en teruggeven ervan, en het verbod om deze documenten te gebruiken of te delen. De proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de vorderingen.

Uitkomst: De kantonrechter wijst grotendeels de betaling van gefactureerde uren toe, wijst de rectificatie af en veroordeelt opdrachtnemer tot herstel en teruggeven van verwijderde documenten onder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11616612 \ CV EXPL 25-5019
Vonnis van 23 december 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser (handelsnaam)] ,
gemachtigde: mr. J.T.P. Koenis,
tegen
DELTAQUAD B.V.,
gevestigd te Duivendrecht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: DeltaQuad,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 maart 2025, met producties
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties.
1.2.
Met de rolbeslissing van 17 juni 2025 zijn partijen op de hoogte gesteld van het voornemen om de zaak, gelet op de hoogte van de vordering, te verwijzen naar de bevoegde afdeling binnen de rechtbank Amsterdam, te weten de handelskamer. Hierna hebben partijen gezamenlijk verzocht de zaak op grond van artikel 96 Rv Pro door de kantonrechter te laten behandelen. Vervolgens is bij tussenvonnis van 12 augustus 2025 een mondelinge behandeling bevolen. Voorafgaand aan deze mondelinge behandeling heeft [eiser (handelsnaam)] een conclusie van antwoord in reconventie genomen.
1.3.
De mondelinge behandeling vond plaats op 28 november 2025. Namens [eiser (handelsnaam)] zijn verschenen [naam 1] (bestuurder van [eiser (handelsnaam)] ) en haar partner [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. Namens DeltaQuad is verschenen [naam 3] (ceo van DeltaQuad), met mr. A.J. de Vries en mr. L.F.A. van Zielst namens de gemachtigde. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, beiden aan de hand van spreekaantekeningen, en is een nadere productie van de zijde van DeltaQuad aan het procesdossier toegevoegd. Ook hebben partijen vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] B.V. is actief onder de handelsnaam [eiser (handelsnaam)] (hierna: [eiser (handelsnaam)] ). Deze onderneming houdt zich bezig met organisatieadvies, management en coaching. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is bestuurder en enig aandeelhouder van [eiser (handelsnaam)] . Haar partner, [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is bestuurder van [bedrijf] B.V. en was eveneens werkzaam voor DeltaQuad.
2.2.
DeltaQuad houdt zich bezig met de ontwikkeling van onbemande luchtvaartuigen, voornamelijk militaire drones. [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is ceo en aandeelhouder van DeltaQuad. [naam 4] is chief of staff van DeltaQuad en [naam 5] chief people officer.
2.3.
[naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] behoren tot een gezamenlijke vriendengroep.
2.4.
[eiser (handelsnaam)] en DeltaQuad zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan, op grond waarvan [naam 1] als head of commerce is gaan werken voor DeltaQuad. In een e-mail van 30 mei 2024 schrijft [naam 1] aan [naam 3] : ‘We hebben afgesproken dat ik zsm start, de duur is naar verwachting minimaal een jaar maar waarschijnlijk langer en het afgesproken tarief is 125 per uur voor aanwezige uren.’ Hierop antwoordt [naam 3] : ‘Hi [naam 1] , klopt’.
2.5.
Op 6 juni 2024 is [eiser (handelsnaam)] gestart met de werkzaamheden. Op 4 december 2024 vond een gesprek plaats tussen [naam 1] en [naam 3] , waarbij [naam 3] [naam 1] heeft aangesproken op haar managementstijl. Op 10 december 2024 heeft [naam 3] aan [naam 1] aangegeven de samenwerking te willen beëindigen.
2.6.
[naam 3] heeft [naam 1] vervolgens gevraagd voor ondersteuning gedurende een overdrachtsperiode van zes weken. Hierop heeft [naam 1] geantwoord dat een periode van zes weken haar een onrealistisch scenario lijkt en dat zij denkt dat een overdracht twee tot drie maanden zal duren, wat volgens [naam 1] een te lange periode is. Verder stelt zij voor een overzicht te maken van alle openstaande en achterstallige activiteiten. Een dag later, op 16 december 2024, schrijft [naam 1] in een e-mail aan [naam 3] dat zij haar opdracht als afgerond beschouwt, aangezien zij geen reactie heeft gekregen op haar e-mail van een dag eerder.
2.7.
Op 7 december 2024 heeft [eiser (handelsnaam)] aan DeltaQuad een factuur gestuurd voor 160 gewerkte uren over november 2024. Op 17 december 2024 heeft zij een factuur gestuurd voor 64 gewerkte uren in december 2024. DeltaQuad heeft deze facturen niet betaald.
2.8.
Op 19 december 2024 heeft DeltaQuad een e-mail gestuurd aan haar medewerkers waarin onder meer het volgende staat:
‘After careful analysis, it has been established that both [naam 2] and [naam 1] permanently deleted business-critical files of significant value and urgency. These files were recently created and contained crucial input for our ongoing projects and daily operations. This action goes against the value and guidelines of our organization.
We have taken immediate steps to minimize the impact of this action. [naam 2] and [naam 1] are no longer associated with our organization, and we are actively working on recovering the lost data and processes.’

3.Het geschil

in conventie
Vorderingen
3.1.
[eiser (handelsnaam)] vordert - samengevat - veroordeling van DeltaQuad tot betaling van € 34.001,31 inclusief btw, vermeerderd met rente en kosten. Verder vordert zij rectificatie van de e-mail van 19 december 2024 waarin zij ervan wordt beschuldigd bedrijfsdocumenten te hebben verwijderd, op straffe van een dwangsom.
3.2.
[eiser (handelsnaam)] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De betalingstermijnen van de facturen zijn verstreken en DeltaQuad is ondanks sommatie niet tot betaling overgegaan. Daarom moet DeltaQuad ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen. Verder is het onjuist dat [eiser (handelsnaam)] bedrijfsgevoelige informatie heeft verwijderd; bovendien heeft er geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden. Daarom vordert zij rectificatie van de onjuiste en schadelijke uitlatingen die DeltaQuad heeft gedaan met haar e-mail van 19 december 2024, op straffe van een dwangsom.
Verweer
3.3.
DeltaQuad voert verweer. DeltaQuad concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser (handelsnaam)] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser (handelsnaam)] , althans dat de vorderingen verrekend worden met het bedrag dat door DeltaQuad onverschuldigd is betaald ten aanzien van de facturen van juni tot en met december 2024, en met de door DeltaQuad geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen en de wanprestatie van [eiser (handelsnaam)] .
3.4.
DeltaQuad voert het volgende aan. Met [naam 1] is overeengekomen dat zij alleen betaald krijgt voor de uren die zij fysiek aanwezig was op het kantoor van DeltaQuad. Dit met het oog op de functie van [naam 1] , waardoor haar aanwezigheid op kantoor gewenst was, en omdat haar uurtarief aanzienlijker hoger was dan van overige management- en directieleden. DeltaQuad was akkoord met het tarief op de voorwaarde dat eventuele werkzaamheden tijdens vakanties, weekenden of thuis dan niet zouden worden gefactureerd. Uit een analyse van camerabeelden van de aankomst op en het vertrek van kantoor van [naam 1] blijkt dat de gefactureerde uren van [naam 1] onjuist zijn. Over de maanden november en december 2024 had DeltaQuad slechts 156 aanwezigheidsuren hoeven te betalen. De ten onrechte over de maanden juni tot en met oktober 2024 gefactureerde uren zijn daarom onverschuldigd betaald. Het onderzoeken en verzamelen van bewijs voor de aanwezigheidsuren en het ter beperking van de schade herstellen van door [naam 1] verwijderde documenten heeft aanzienlijke kosten meegebracht.
3.5.
De vordering tot rectificatie dient te worden afgewezen, omdat het gewraakte bericht geen onjuiste of schadelijke uitlatingen bevat.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
Vorderingen
3.7.
DeltaQuad vordert - samengevat - veroordeling van [eiser (handelsnaam)] tot betaling van een schadevergoeding van € 13.082,79, vermeerderd met rente, en tot terugbetaling van een bedrag van € 18.510,00 dat door DeltaQuad onverschuldigd is betaald aan facturen, een en ander verminderd met hetgeen al in conventie is verrekend. Verder vordert zij, op straffe van een dwangsom:
dat [eiser (handelsnaam)] binnen veertien dagen na het vonnis een onderbouwde en verifieerbare lijst verstrekt met alle documenten, bestanden, data uit systemen en e-mails die zij digitaal en/of fysiek onrechtmatig heeft gedownload en verwijderd van de cloudomgeving en uit de gedeelde mailbox van DeltaQuad (hierna: documenten);
een verbod voor [eiser (handelsnaam)] om de verwijderde en gedownloade documenten te gebruiken en/of met derden te delen;
dat [eiser (handelsnaam)] binnen veertien dagen na het vonnis de verwijderde en gedownloade documenten dient te herstellen en dient terug te geven aan DeltaQuad en daarna te dient vernietigen en daarvan bewijs aan DeltaQuad dient te verstrekken.
3.8.
DeltaQuad legt aan de vordering ten grondslag dat zij schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen en de wanprestatie van [eiser (handelsnaam)] met betrekking tot de verwijderde en onrechtmatig gedownloade documenten. DeltaQuad heeft kosten moeten maken om de schade zoveel mogelijk te beperken. Deze kosten bestaan uit gemaakte uren en interne kosten voor het achterhalen en herstellen van de documenten, kosten om de facturen van [naam 1] te verifiëren en advocaatkosten.
Verweer
3.9.
[eiser (handelsnaam)] voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van DeltaQuad, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van DeltaQuad, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van DeltaQuad in de kosten van deze procedure.
3.10.
[eiser (handelsnaam)] voert het volgende aan. Zij betwist dat overeengekomen is dat zij alleen de op kantoor aanwezige uren betaald kreeg. Verder is voor haar onduidelijk welke door haar verwijderde documenten cruciale bedrijfsdocumenten zouden zijn, waarover DeltaQuad niet meer beschikt. DeltaQuad werkt met de cloudomgeving van Google Drive. Belangrijke documenten, zoals definitieve arbeidsovereenkomsten, stonden in Google Shared Drive of werden aan de betrokken manager gestuurd en door deze in een niet voor iedereen toegankelijke map gezet. De concepten daarvan op haar Google My Drive heeft [naam 1] verwijderd. [naam 1] heeft persoonlijke documenten en aantekeningen voor de uitvoering van de opdracht van haar My Drive naar haar eigen computer gekopieerd. Dit waren geen strategische en/of commerciële projectdocumenten. [eiser (handelsnaam)] betwist voorts dat [naam 1] e-mails heeft verwijderd uit de gedeelde sales mailbox; zij werkte nooit vanuit die mailbox. Het herstellen van die e-mails zou voor haar ook feitelijk onmogelijk zijn, nu zij daartoe geen toegang meer heeft.
3.11.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Vanwege de samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden behandeld.
Het uurtarief
4.2.
De vraag die eerst beantwoord moet worden, is wat partijen hebben afgesproken ten aanzien van het uurtarief. Partijen verschillen van mening over de uitleg van het begrip ‘aanwezige uren’, de term die [naam 1] gebruikt in haar e-mail van 30 mei 2024 en waarop [naam 3] antwoordt met ‘klopt’. [eiser (handelsnaam)] stelt dat partijen met de term ‘aanwezige uren’ hebben bedoeld dat zij betaald zou krijgen voor de uren die zij beschikbaar was voor DeltaQuad en waarin zij de overeengekomen werkzaamheden uitvoerde. Dit was nooit een discussie en [eiser (handelsnaam)] heeft vanaf aanvang van de opdracht ook, net als andere medewerkers van DeltaQuad, thuis gewerkt. DeltaQuad betwist dit en voert, kort gezegd, aan dat partijen overeen zijn gekomen dat [eiser (handelsnaam)] alleen uren in rekening mocht brengen waarbij zij fysiek op het kantoor van DeltaQuad aanwezig was. DeltaQuad stelt dat uitdrukkelijk besproken is dat het hoge uurtarief van [eiser (handelsnaam)] akkoord was mits zij alleen zou factureren voor de uren die zij op kantoor aanwezig was, en dat werkzaamheden tijdens vakanties, weekenden of thuis dus niet konden worden gefactureerd.
4.3.
Er is geen schriftelijke opdrachtbevestiging. Omdat sprake was van een vriendengroep, zijn afspraken mondeling en in vertrouwen gemaakt. De mailwisseling tussen [naam 1] en [naam 3] over het uurtarief is zeer summier en bevat geen definitie of nadere omschrijving van het begrip ‘aanwezig’. Dit zal daarom aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf moeten worden uitgelegd. Bij de uitleg van de betekenis die in de e-mail van [naam 1] toekomt aan het begrip ‘aanwezige uren’, komt het volgens de Haviltex-maatstaf aan op de betekenis die partijen bij die overeenkomst in de gegeven omstandigheden van het geval over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op wat zij in dat opzicht redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Ook gedragingen, verklaringen en andere omstandigheden, die hebben plaatsgevonden nadat de overeenkomst is gesloten, kunnen van belang zijn. De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
4.4.
In de e-mail van [eiser (handelsnaam)] wordt gesproken over ‘aanwezige’ uren, wat een bepaalde bedoeling veronderstelt, aangezien het een ander begrip is dan bijvoorbeeld de term ‘gewerkte uren’. Het standpunt van DeltaQuad vindt steun in een zuiver taalkundige uitleg van het begrip. Een bepaalde mate van aanwezigheid op kantoor ligt ook voor de hand, gelet op de leidinggevende functie van [naam 1] . Aan de andere kant heeft DeltaQuad tijdens de zitting erkend dat zij [naam 1] wel doorbetaalde voor haar aanwezigheid op bijvoorbeeld beurzen. De term ‘aanwezig’ lijkt dus niet alleen te doelen op aanwezigheid op kantoor. In ieder geval blijkt uit de feitelijke uitvoering van de overeenkomst dat DeltaQuad de norm van aanwezigheid op kantoor niet zo strikt hanteerde als zij betoogt.
4.5.
Daar komt bij dat onbetwist is gebleven dat DeltaQuad wist dat [eiser (handelsnaam)] thuis werkte en dat DeltaQuad desondanks nooit eerder heeft geklaagd over de gefactureerde uren. Ter zitting heeft [naam 3] toegelicht dat hij met [naam 1] besproken heeft dat gelet op het hoge uurtarief ‘het beantwoorden van een e-mail op de bank thuis of een telefoontje tijdens de vakantie’ daarin dan wel begrepen waren, wat duidt op incidentele werkzaamheden hetgeen iets anders is dan een verbod op thuiswerken. Dat [eiser (handelsnaam)] hier niet eerder op is aangesproken omdat er geen prioriteit lag bij de controle van de facturen en dat controle praktisch gezien onmogelijk was omdat er meerdere leden van het managementteam op uurbasis factureerden, zoals DeltaQuad heeft aangevoerd, zijn omstandigheden die voor risico van DeltaQuad dienen te blijven. Zij kunnen in ieder geval niet aan [eiser (handelsnaam)] worden tegengeworpen.
4.6.
Op basis van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat partijen met de term ‘aanwezige uren’ meer hebben bedoeld dan strikt alleen de uren waarin [naam 1] fysiek op kantoor aanwezig was. Voor een algehele herberekening van de facturen aan de hand van camerabeelden, zoals overgelegd door DeltaQuad, ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding. Bepaalde gefactureerde uren heeft DeltaQuad echter ook om andere redenen betwist. Deze zal de kantonrechter hierna bespreken.
Rekening en verantwoording
4.7.
[eiser (handelsnaam)] stelt dat niet is overeengekomen dat zij maandelijks uren moest specificeren en dat haar ook niet eerder gevraagd is om haar gewerkte uren te verantwoorden. In dat kader verwijst zij naar een whatsappgesprek waarin zij ‘carte blanche’ krijgt. DeltaQuad heeft daar terecht tegen aangevoerd dat het carte blanche geven gezien moet worden in het kader van het vriendschappelijk vertrouwen waarin de opdracht gegeven werd en ziet op inhoudelijke vrijheid om keuzes te maken binnen haar functie. En dat het dus niet ziet op het afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte werkzaamheden, waartoe een opdrachtnemer op grond van de wet gehouden is. De kantonrechter neemt in overweging dat enerzijds, toen de vriendschappelijke verhoudingen nog goed waren, DeltaQuad de facturen van [eiser (handelsnaam)] zonder vragen behield en betaalde, en anderzijds dat dit [eiser (handelsnaam)] niet ontslaat van de verplichting om desgevraagd de gefactureerde uren nader te onderbouwen. Uit de overgelegde urenregistratie volgt dat [naam 1] nagenoeg fulltime voor DeltaQuad werkte, dat geen sprake lijkt te zijn geweest van een in kleinere tijdseenheden gedetailleerde urenregistratie en dat [naam 1] gemiddeld per gewerkte (werk)dag 8 uur declareerde. DeltaQuad heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat de urenregistratie van [naam 1] in de cloudomgeving van DeltaQuad voor alle werkdagen vooraf op 8 uur was ingesteld. Gelet op het vriendschappelijk vertrouwen in welk kader de opdracht plaatsvond en gelet op de fulltime leidinggevende functie die [naam 1] binnen DeltaQuad vervulde, is dat niet onbegrijpelijk en kan, nu de verhoudingen verstoord zijn, in redelijkheid niet van [eiser (handelsnaam)] verwacht worden een meer gedetailleerde urenverantwoording af te leggen. Wel kan van [eiser (handelsnaam)] verwacht worden dat onderbouwd wordt dat [naam 1] op de gefactureerde dagen voor DeltaSquad heeft gewerkt.
Betwiste gefactureerde uren
4.8.
Concreet betwist DeltaQuad een aantal gefactureerde uren rondom vakanties. Ter zitting heeft [naam 1] hierover aangegeven dat zij geen uren declareerde als zij op vakantie was, tenzij zij ter plekke werkte. Dit wordt ondersteund door het door [eiser (handelsnaam)] overgelegde overzicht van gefactureerde uren, waarbij bijvoorbeeld op 31 oktober 2024 tijdens een vakantie 3 uur is gedeclareerd voor een telefoongesprek en wat geregistreerd staat als ‘holidays + [naam 6] call’.
4.9.
Ten aanzien van de week van 5 augustus 2024 stelt DeltaQuad gemotiveerd dat [naam 1] op woensdagavond 6 augustus 2024 al was aangekomen op haar vakantieadres. Dit heeft [eiser (handelsnaam)] niet betwist. Toch factureert zij op zowel 7 als 8 augustus 2024 8 uur, zonder dat daarbij ‘holidays’ en een omschrijving van de werkzaamheden vermeld staat. Daarmee komt onvoldoende vast te staan dat [eiser (handelsnaam)] voor deze uren recht had op betaling. DeltaQuad heeft voldoende onderbouwd dat zij een bedrag van € 2.000,00 (16 x € 125,00) onverschuldigd heeft betaald.
4.10.
Verder stelt DeltaQuad gemotiveerd dat [eiser (handelsnaam)] op 30 september 2024 12 uur heeft gedeclareerd terwijl [naam 1] die dag op vakantie was en geen werkzaamheden heeft verricht. [eiser (handelsnaam)] heeft dit niet betwist, zodat vast komt te staan dat DeltaQuad een bedrag van € 1.500,00 (12 x € 125,00) onverschuldigd heeft betaald.
4.11.
Over de periode 25 oktober tot en met 1 november 2024 stelt DeltaQuad onbetwist dat [naam 1] op vakantie was. Uit het overzicht dat [eiser (handelsnaam)] heeft overgelegd blijkt evenwel dat zij op 25 oktober 9 uur en op 27 oktober 2 uur heeft gedeclareerd, zonder de vermelding ‘holidays’ en een omschrijving van de werkzaamheden. Pas vanaf 28 oktober registreert zij ‘holidays’. Omdat [eiser (handelsnaam)] niet betwist dat [naam 1] al vanaf 25 oktober op vakantie was en ook ter zitting geen verklaring kon geven voor haar declaratie, komt voldoende vast te staan dat DeltaQuad de uren van 25 en 27 oktober onverschuldigd heeft betaald. Dit komt neer op een bedrag van € 1.175,00 (7 x € 125,00).
4.12.
Dit betekent dat in totaal een bedrag van € 4.675,00, exclusief btw, onverschuldigd is betaald door DeltaQuad aan [eiser (handelsnaam)] .
Facturen november en december
4.13.
Ten aanzien van de factuur van november 2024 heeft [eiser (handelsnaam)] voldoende onderbouwd dat zij recht heeft op betaling van de gefactureerde uren. Zoals hiervoor is overwogen, ziet de kantonrechter geen aanleiding om uit te gaan van de uren die zij daadwerkelijk op kantoor aanwezig was. De vordering van [eiser (handelsnaam)] om DeltaQuad te veroordelen tot betaling van de factuur van november 2024, te weten een bedrag van € 20.100,09, exclusief btw, zal dan ook worden toegewezen.
4.14.
Van de 64 uur die [eiser (handelsnaam)] over december 2024 in rekening brengt, erkent DeltaQuad 25,37 uur. De uren die DeltaQuad betwist, betreffen de uren vanaf 10 december 2024, wat volgens het overzicht van [eiser (handelsnaam)] bij elkaar 33 uur is. DeltaQuad voert aan dat deze uren niet op kantoor zijn doorgebracht en als kenmerk voorbereiding en correspondentie hebben, terwijl er in december 2024 slechts vijf korte e-mails zijn gestuurd waarin [eiser (handelsnaam)] aangaf de opdracht als beëindigd te beschouwen en af te zien overdrachtsperiode. Dit is onvoldoende gemotiveerd weersproken door [naam 1] . Desgevraagd heeft [naam 1] op zitting aangegeven dat zij in de periode nadat DeltaQuad had aangekondigd de opdracht te beëindigen vooral bezig is geweest met het opstellen van een overdrachtsdocument, welk document zij uiteindelijk niet ter beschikking heeft gesteld aan DeltaQuad. Met DeltaQuad is de kantonrechter het eens dat [eiser (handelsnaam)] deze uren in het kader van haar opdracht niet kan factureren. Uit de urenregistratie volgt dat [eiser (handelsnaam)] van 69 geregistreerde uren er 64 heeft gedeclareerd, zonder daarbij aan te geven welke uren zij niet heeft gefactureerd. Dit komt voor haar rekening en risico. Daarom zal de kantonrechter het aantal te betalen uren door DeltaQuad in redelijkheid bepalen op de helft van (64 -/- 33 =) 31 uur, te weten 15,5 uur. DeltaQuad dient dan ook een bedrag van € 1.937,50 exclusief btw (15,5 x € 125,00) te betalen voor gewerkte uren in december 2024.
Wettelijke handelsrente
4.15.
Omdat DeltaQuad de facturen van november en december 2024 niet op tijd heeft betaald, is zij hierover de wettelijke handelsrente verschuldigd. Deze zal worden toegewezen zoals hierna bepaald.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.16.
[eiser (handelsnaam)] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser (handelsnaam)] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser (handelsnaam)] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom. Dat is het gevolg van een omstandigheid die zich na het versturen van de aanmaning heeft voorgedaan. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 995,37 worden toegewezen.
Rectificatie
4.17.
[eiser (handelsnaam)] vordert verder rectificatie van de e-mail die DeltaQuad aan haar medewerkers heeft gestuurd op 19 december 2024 (zie hiervoor onder 2.8.). Daarvoor dient allereerst vast komen te staan dat sprake is van een onrechtmatige publicatie. De vraag of een publicatie onrechtmatig is ligt in het spanningsveld tussen het recht op uitingsvrijheid enerzijds en het recht op bescherming van eer en goede naam anderzijds. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een onrechtmatige publicatie zijn onder meer relevant de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin de verdenkingen ten tijde van de publicatie steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de inkleding van de verdenkingen (HR 24 juni 1983, LJN AD2221, NJ 1984/801 (Gemeenteraadslid)). DeltaQuad heeft gesteld dat zij veel tijd heeft moeten besteden aan het onderzoek, en uit het door haar overgelegde overzicht blijkt dat de meeste onderzoekstijd is besteed ná het verzenden van de betreffende e-mail. Daarmee is het zeer de vraag of DeltaQuad op dat moment al kon weten dat sprake was van ‘deleted business-critical files of significant value and urgency’ en dat de documenten ‘crucial input’ bevatten voor de lopende projecten en dagelijkse werkzaamheden. Daar komt bij dat het door DeltaQuad gestelde belang om onrust onder medewerkers te beperken, ook met een andere, meer voorzichtige tekst het hoofd geboden had kunnen worden. Bijvoorbeeld door geen namen te noemen, of door te benoemen dat er onderzoek gaande was, hoewel gelet op het tevens aangekondigde plotselinge vertrek van [naam 1] het de vraag is of dit een ander effect zou hebben gehad. Immers, een en ander vond niet alleen plaats binnen een onderneming maar ook binnen een vriendengroep. Tegelijk heeft [eiser (handelsnaam)] onvoldoende concreet gemaakt op welke wijze zij in haar reputatie is geschaad door deze e-mail. De e-mail is alleen naar medewerkers van DeltaQuad verzonden en [eiser (handelsnaam)] heeft niet nader onderbouwd op welke wijze de e-mail gevolgen heeft voor het verkrijgen van nieuwe opdrachten. Alles afwegende komt onvoldoende vast te staan dat sprake is van een onrechtmatige publicatie op grond waarvan een rectificatie kan worden gevorderd. De vordering van [eiser (handelsnaam)] op dit punt zal dan ook worden afgewezen.
Documenten
4.18.
Voorop staat dat door DeltaSquad is aangegeven dat de samenwerking met [bedrijf] in dezelfde periode eindigde en dat er ook documenten verwijderd en onrechtmatig gedownload zijn door [naam 2] (de partner van [naam 1] ). In de conclusie van antwoord stelt DeltaQuad ermee bekend te zijn dat er “
door [eiser (handelsnaam)] en [bedrijf]” 287 bestanden verwijderd zijn, waarvan 22 uit de gedeelde management omgeving en een belangrijke e-mail in de sales mailbox. Ter onderbouwing van hetgeen door [eiser (handelsnaam)] is gedaan is – als productie 2 – een lijst overgelegd van bestanden die op 11 en 18 december 2024 zijn gedownload en/of verwijderd waarbij in de beschrijving staat dat dit door “
[naam 1]” is gedaan. Met betrekking tot het buiten de zakelijke omgeving van DeltaQuad brengen van documenten is niet gesteld of gebleken dat daarover tussen partijen iets is overeengekomen. Door DeltaQuad is ook niet aangevoerd dat het loutere feit dat [eiser (handelsnaam)] documenten op de privé computer heeft gedownload, jegens haar onrechtmatig is. Ter zitting is door DeltaQuad aangegeven dat de (meeste) schade veroorzaakt is door de documenten die van de Shared Drive zijn
verwijderd, waardoor DeltaQuad daarover niet meer beschikte. Met behulp van Google is door DeltaQuad achterhaald welke documenten zijn verwijderd van de Shared Drive en zij heeft deze kunnen herstellen. Daarbij zou gebleken zijn dat er meer verwijderd is dan alleen uit Shared Drive, aldus DeltaSquad.
4.19.
Door DeltaQuad zijn in de conclusie een aantal documenten benoemd: deze zouden zijn verwijderd en gedownload “
door [eiser (handelsnaam)] en [bedrijf]”, zodat niet duidelijk is of dit toerekenbaar is aan [eiser (handelsnaam)] . Overigens heeft [eiser (handelsnaam)] daartegen gemotiveerd aangevoerd dat deze documenten binnen DeltaQuad gedeeld zijn met een medewerker (en dus in nog in haar bezit zijn) of dat sprake is van een verouderd document, en betwist zij dat het verwijderen daarvan schade heeft veroorzaakt. Dat en in hoeverre sprake is van cruciale bedrijfsinformatie die verloren is gegaan of waarvan de tijdelijke onbeschikbaarheid schade heeft veroorzaakt, is niet komen vast te staan. Wel is aangetoond dat, nadat de opdracht was geëindigd, er zonder dat dit met DeltaQuad besproken is documenten uit de zakelijke Google Drive omgeving door [naam 1] naar een privé computer zijn gedownload en uit de cloudomgeving van DeltaQuad zijn verwijderd. Daarbij is het voldoende aannemelijk, bij gebrek aan medewerking door [eiser (handelsnaam)] , dat DeltaQuad niet volledig heeft kunnen achterhalen wat er precies is gedownload en of, en zo ja welke, documenten met bedrijfsgevoelige informatie nog in het bezit van [eiser (handelsnaam)] zijn. Het ligt dan ook op de weg van [eiser (handelsnaam)] om aan DeltaQuad een lijst te geven met alle documenten die zij digitaal en/of fysiek zonder toestemming heeft gedownload en verwijderd van de cloudomgeving.
4.20.
[eiser (handelsnaam)] heeft betwist dat zij gebruik maakte van de gedeelde sales mailbox, zoals gesteld wordt door DeltaQuad. DeltaQuad heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
4.21.
DeltaQuad heeft, ondanks het feit dat zij de uit Google Drive verwijderde bestanden heeft kunnen herstellen, nog steeds belang bij haar vorderingen zoals beschreven in rechtsoverweging 3.7 onder a) tot en met c), aangezien zij geen volledig beeld heeft als [eiser (handelsnaam)] geen inzicht geeft in de documenten die zij in haar bezit heeft. Immers, [eiser (handelsnaam)] heeft in het kader van deze procedure niet bevestigd dat de door DeltaQuad overgelegde lijst (productie 2) volledig is. [eiser (handelsnaam)] heeft de bal steeds bij DeltaQuad gelegd door te eisen dat DeltaQuad eerst aangeeft welke documenten zij mist, en dan bereid te zijn deze te verstrekken. De vorderingen zullen dan ook worden toegewezen zoals hierna bepaald. Aan de veroordelingen zullen, zoals gevorderd, dwangsommen worden verbonden. De hoogte ervan bepaalt de kantonrechter op € 100,00 per dag dat [eiser (handelsnaam)] met de uitvoering ervan in gebreke blijft, waarbij de dwangsommen gemaximeerd zullen worden op € 10.000,00.
4.22.
Met betrekking tot de vordering in 3.7. onder b) nog het volgende. Het standpunt van [eiser (handelsnaam)] dat zij het eigendom heeft van documenten die zij heeft gemaakt toen zij werkte voor DeltaQuad, verdient nuancering. [eiser (handelsnaam)] heeft als opdrachtnemer ten behoeve van DeltaQuad diensten verricht. [eiser (handelsnaam)] heeft in dat kader documenten in opdracht van en ten behoeve van DeltaQuad opgesteld. Bij de opdracht is niets overeengekomen met betrekking tot de overdracht van auteursrechten, zodat deze in beginsel bij de opsteller daarvan berusten. Echter, ook als [eiser (handelsnaam)] het auteursrecht op een door haar opgesteld document zou toekomen, brengt de omstandigheid dat dit in opdracht van DeltaQuad is gedaan mee dat DeltaQuad in het kader daarvan het gebruiksrecht heeft. Voor zover daarbij sprake is van bedrijfsgevoelige of vertrouwelijke informatie zal het [eiser (handelsnaam)] niet vrijstaan deze documenten te gebruiken of te delen met derden. Voor wat betreft documenten die niet door [eiser (handelsnaam)] zijn opgesteld, zijn deze eigendom van DeltaQuad en kan DeltaQuad bij het einde van de opdracht vorderen dat deze door [eiser (handelsnaam)] ingeleverd of vernietigd worden. [eiser (handelsnaam)] zal dan ook voor zover sprake is van door haar opgestelde documenten waarop zij het auteursrecht heeft niet worden veroordeeld tot het vernietigen daarvan.
4.23.
Gelet op het grote belang van geheimhouding zal aan deze veroordeling, zoals gevorderd, een hogere dwangsom worden verbonden van € 1.000,00 per dag dat [eiser (handelsnaam)] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00.
Kosten DeltaQuad
4.24.
Gelet op wat hiervoor onder 4.6. en verder is overwogen, ziet de kantonrechter geen grondslag voor het toewijzen van de kosten die DeltaQuad heeft gemaakt voor het onderzoek naar de aanwezigheidsuren. Verder is de kantonrechter het met [eiser (handelsnaam)] eens dat de gevorderde advocaatkosten vallen onder de normale proceskostenveroordeling, nu deze volgens DeltaQuad zien op het bepalen van haar rechtspositie.
4.25.
De kantonrechter begrijpt dat DeltaQuad kosten heeft gemaakt voor het onderzoek naar het herstellen van de documenten. Anders dan [eiser (handelsnaam)] meent, was het verzoek van DeltaQuad om aan haar een lijst van de gedownloade en vervolgens verwijderde documenten te verstrekken niet onredelijk. Zoals hiervoor overwogen, heeft [eiser (handelsnaam)] deze documenten in opdracht van en ten behoeve van DeltaQuad opgesteld en/of verkregen en is DeltaQuad gerechtigd tot het bezit en gebruik van deze documenten. Bovendien was het eenvoudiger voor [eiser (handelsnaam)] om een dergelijke lijst op te stellen dan het was voor DeltaQuad om te achterhalen welke documenten zij had gedownload en verwijderd. Door dit niet te doen, heeft [eiser (handelsnaam)] DeltaQuad op kosten gejaagd die voorkomen hadden kunnen worden. De kantonrechter gaat echter niet mee in het gevorderde uurtarief, dat gelijk is aan het door [eiser (handelsnaam)] gehanteerde uurtarief, nu DeltaQuad zelf al stelt dat dit uurtarief hoger lag dan enig medewerker van DeltaQuad ontving. Dat zij dit uurtarief kwijt was aan het onderzoek is dan ook onwaarschijnlijk. De kantonrechter bepaalt de hoogte van de kosten in redelijkheid op de helft van het gevorderde bedrag en zal een bedrag van € 1.119,65 exclusief btw toewijzen.
Toe te wijzen bedragen, verrekening
4.26.
Gelet op het voorgaande betekent dat het volgende wordt toegewezen aan [eiser (handelsnaam)] :
- factuur november 2024 (exclusief btw)
20.100,09
- factuur december 2024 (exclusief btw)
1.937,50
totaal
22.037,59
(exclusief btw)
4.27.
Aan DeltaQuad wordt toegewezen het volgende:
- onverschuldigd betaalde uren
7 en 8 augustus 2024
2.000,00
- onverschuldigd betaalde uren
30 september 2024
- onverschuldigd betaalde uren
25 en 27 oktober 2024
- kosten DeltaQuad
1.500,00
1.175,00
1.119,65
totaal
5.794,65
(exclusief btw)
4.28.
Omdat DeltaQuad zich beroept op verrekening van haar vorderingen uit onverschuldigde betaling en schadevergoeding met haar verplichting tot betaling van de facturen van [eiser (handelsnaam)] , zullen de over en weer toegewezen bedragen met elkaar worden verrekend. Dit betekent dat DeltaQuad aan [eiser (handelsnaam)] een bedrag dient te betalen van € 16.242,94 exclusief btw (€ 22.037,59 -/- € 5.794,65).
Proceskosten in conventie en in reconventie
4.29.
DeltaQuad is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser (handelsnaam)] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,12
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.830,12
4.30.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.31.
In reconventie is [eiser (handelsnaam)] grotendeels in het ongelijk gesteld. Daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DeltaQuad worden begroot op:
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
813,00
4.32.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in reconventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt DeltaQuad om aan [eiser (handelsnaam)] te betalen een bedrag van € 16.242,94, exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW hierover, vanaf de datum van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt DeltaQuad om aan [eiser (handelsnaam)] te betalen een bedrag van € 995,37 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt DeltaQuad in de proceskosten van € 2.830,12, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.4.
veroordeelt DeltaQuad tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
5.5.
veroordeelt [eiser (handelsnaam)] om binnen veertien dagen na het vonnis een onderbouwde en verifieerbare lijst te verstrekken met alle documenten die zij digitaal en/of fysiek onrechtmatig heeft gedownload en verwijderd van de cloudomgeving, een en ander onder verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag dat [eiser (handelsnaam)] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00,
5.6.
veroordeelt [eiser (handelsnaam)] om binnen veertien dagen na dit vonnis de verwijderde en gedownloade documenten te herstellen en terug te geven aan DeltaQuad en eigen kopieën daarvan – met uitzondering van door [eiser (handelsnaam)] opgestelde documenten waarop zij het auteursrecht heeft – te vernietigen en daarvan bewijs aan DeltaQuad te verstrekken, een en ander onder verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag dat [eiser (handelsnaam)] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00,
5.7.
verbiedt [eiser (handelsnaam)] om onmiddellijk na het wijzen van het vonnis de verwijderde en gedownloade documenten met bedrijfsgevoelige of vertrouwelijke informatie van DeltaQuad te gebruiken en/of met derden te delen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 1.000,00 per dag dat [eiser (handelsnaam)] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,
5.8.
veroordeelt DeltaQuad in de proceskosten van € 813,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.9.
veroordeelt DeltaQuad tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en in reconventie
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327