ECLI:NL:RBAMS:2025:11032

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
13.119719.20 (2025)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verlenging van terbeschikkingstelling na beoordeling van deskundigenadviezen

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1963. De terbeschikkingstelling was eerder opgelegd na een veroordeling voor doodslag en was ingegaan op 5 december 2022. De rechtbank had de TBS-maatregel eerder met één jaar verlengd op 12 december 2024. De officier van justitie heeft op 16 oktober 2025 een vordering ingediend om de TBS met één jaar te verlengen, welke op 11 december 2025 is behandeld. Tijdens de zitting zijn de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. N.M. van Wersch, de officier van justitie mr. J. Ang, en een deskundige van de reclassering gehoord. De rechtbank heeft verschillende adviezen in overweging genomen, waaronder een advies van de reclassering en een psychologisch rapport van B. van Giessen. Beide deskundigen gaven aan dat er geen recidiverisico is en adviseerden om de TBS-maatregel te beëindigen. De rechtbank concludeert dat de terbeschikkinggestelde goed is ingebed in zorg en dat er geen noodzaak is voor verlenging van de TBS-maatregel. De vordering van de officier van justitie wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-119719-20
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[de terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,
wonend op het adres [adres] ,
onder verantwoordelijkheid van [reclassering] ,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2020 is de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd na bewezenverklaring van het misdrijf doodslag. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom bij omzetting in TBS met verpleging van overheidswege niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 5 december 2022. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 12 december 2024 met één jaar verlengd, met wijziging van enkele voorwaarden.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 16 oktober 2025 op de openbare zitting van 11 december 2025 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. N.M. van Wersch en de officier van justitie, mr. J. Ang, op zitting gehoord.
Daarnaast is [deskundige] , verbonden aan de reclassering, als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van de reclassering van 3 september 2025, opgemaakt door [deskundige] en [naam] , en een advies van een psycholoog, B. van Giessen, van 31 juli 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 2 Sv;
  • de voortgangsverslagen.

Advies

Het advies van
de reclasseringluidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheids-stoornis met vermijdende en afhankelijke trekken en een persisterende depressieve stoornis met angstige spanningen. Daarnaast is er sprake van een stoornis in alcoholgebruik en een stoornis in cannabisgebruik, sinds de detentie beide langdurig in remissie.
De terbeschikkinggestelde is op 31 maart 2025 uitgestroomd naar een zelfstandige woning middels de Opstapconstructie. De forensische begeleiding is gecontinueerd door [instantie 1] en de forensische polikliniek van [instantie 2] . De terbeschikkinggestelde heeft zich geconformeerd aan de bijzondere voorwaarden.
De terbeschikkinggestelde heeft het afgelopen jaar stabiel gefunctioneerd, waarbij de aanwezigheid en de controle vanuit de reclassering steeds meer overgedragen is aan de ambulante hulpverlening. Dit heeft niet voor destabilisatie gezorgd en de terbeschikking-gestelde blijft trouw in contact met de betrokken partijen. De inschatting vanuit de reclassering is dat hij op vrijwillige basis de hulpverlening betrokken zal houden en steeds meer succeservaringen op zal doen met het inzetten van een gezonde coping.
Een reclasseringstoezicht heeft vanwege de inbedding in zorg geen verdere meerwaarde. Het recidiverisico is gedurende de maatregel teruggedrongen en op een aanvaardbaar niveau gebracht. Het recidiverisico zonder de maatregel TBS met voorwaarden wordt door de NIFP-rapporteur, klinisch psycholoog en [reclassering] Reclassering ingeschat als laag. De OXREC recidiverisico's die mede gebaseerd zijn op statische gegevens geven een lage kans op recidive weer.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling niet te verlengen.
De deskundige heeft dit advies ter zitting toegelicht.

Advies van de externe gedragsdeskundigeHet advies van de psycholoog B. van Giessen die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke trekken. Daarnaast is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een persisterende depressieve stoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol en cannabis (beide in remissie).
De kans op herhaling van soortgelijke strafbare feiten als waarvoor betrokkene de maatregel TBS met voorwaarden kreeg opgelegd wordt ingeschat als laag. Het risico van toekomstig geweld in bredere zin wordt eveneens als laag ingeschat.
Geadviseerd wordt om de maatregel TBS met voorwaarden te beëindigen.

Standpunten

De officier van justitie heeft op de zitting haar standpunt gewijzigd en gevorderd dat de vordering zal worden afgewezen. Hoewel er nog sprake is van problematiek zien de deskundigen geen recidiverisico.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De terbeschikkinggestelde is goed ingebed in zorg en heeft begeleiding op meerdere gebieden. Hij heeft verklaard op vrijwillige basis de hulp te blijven aanvaarden. De deskundigen zien geen recidiverisico, zodat niet aan alle voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De rechtbank oordeelt daarom dat verlenging van de TBS-maatregel met voorwaarden niet langer nodig is.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.M. Grüschke en M.J.F. van der Wolf, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat om
deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor het Openbaar Ministerie hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.