ECLI:NL:RBAMS:2025:11031

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
13.010003.84 (2025)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met dwangverpleging na herhaalde incidenten en hoog recidiverisico

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1963, die in een instelling verblijft. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de TBS met twee jaar toegewezen. De terbeschikkingstelling is oorspronkelijk opgelegd na bewezenverklaring van ernstige misdrijven, waaronder verkrachting. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende adviezen van deskundigen, waaronder psychologen en psychiaters, die allen het recidiverisico als hoog inschatten. De terbeschikkinggestelde heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een verstandelijke beperking, wat de kans op herhaling van geweldsdelicten vergroot. Ondanks eerdere behandelingen en investeringen in de zorg, is er geen significante verbetering in zijn gedrag waargenomen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen een verlenging van de TBS met twee jaar vereisen. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-010003-84
Parketnummer hof: 23-002055-85
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[de terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] , verblijvend
in het [instelling] ,
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 25 februari 1986 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van de misdrijven verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. Dit is telkens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 20 januari 1987. Deze maatregel is voor het laatst met twee jaar verlengd bij beslissing van de rechtbank van 7 november 2023, bekrachtigd met verbetering en aanvulling van gronden bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 april 2024.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 22 oktober 2025 op de openbare zitting van 11 december 2025 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam en de officier van justitie, mr. J. Ang, op zitting gehoord.
Daarnaast is [hoofd behandeling] , hoofd behandeling, verbonden aan de instelling, als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van de instelling [instelling] van 25 september 2025, opgemaakt door [hoofd behandeling] , hoofd behandeling, [coördinator] , behandel-coördinator, M Braakman, psychiater en cultureel antropoloog en [directeur] , directeur behandeling en zorg, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv;
  • de adviezen van twee externe gedragsdeskundigen psychiater L.H.W.M. Kaiser van 3 september 2025 en psycholoog W.F. van Kordelaar van 28 augustus 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 3 Sv;
  • de wettelijke aantekeningen.

Advies

Het advies van
de instellingluidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een ander gespecificeerde persoonlijkheids-stoornis, een stoornis in gebruik van cocaïne (in remissie) en een verstandelijke beperking.
De behandeldoelen en het behandelverloop
De terbeschikkinggestelde is per 28 maart 2018 teruggeplaatst binnen [instelling] in het kader van een hervatting van de TBS met dwangverpleging.
Op basis van herhaalde incidenten gedurende de gehele behandeling, de structurele onbetrouwbaarheid en de moeilijkheden bij het aangaan van een open en transparante communicatie met het behandelteam, concludeerde de kliniek dat een verder resocialisatietraject niet haalbaar is. Er werd besloten om de aanvraag voor begeleid verlof in te trekken en een aanvraag voor plaatsing binnen een LFPZ (Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg) in te dienen, aangezien het risico van herhaling te groot wordt geacht.
De reactie van het ministerie was om de terbeschikkinggestelde aan te melden bij de longcare voor het onderzoeken van de mogelijkheden. Besloten werd de aanvraag voor de LFPZ in de wacht te zetten in afwachting van de longcare consultatie die in het najaar van 2024 plaats vond.
Op 23 januari 2024 heeft er vervolgens een kliniek brede casuïstiekbespreking plaats gevonden. De uitkomst hiervan was dat er voor de terbeschikkinggestelde een LFPZ indicatie aangevraagd zal gaan worden (conform de afspraken in de zorgconferentie in 2018). Hierbij is overwogen dat de terbeschikkinggestelde na 38 jaar TBS behandeling in de kern niet veranderd is en de risico’s onverminderd hoog zijn, ondanks forse investeringen op het gebied van behandeling in de afgelopen jaren (huidige kliniek) en de vele behandelingen in eerdere klinieken in de jaren daarvoor.
Er ligt een vraag voor duurzaam verblijf en niet meer voor behandeling. Hierbij is wel een hoog beveiligingsniveau nodig vanwege onbetrouwbaar gedrag en betrokkenheid bij incidenten. Het advies om de LFPZ aanvraag in gang te zetten wordt breed gedragen. Gelet op het verloop van de afgelopen jaren en de voorgenomen koers en prognose is het de verwachting dat het gehele traject nog geruime tijd in beslag zal nemen.
De risicotaxatie en het risicomanagement
Het risicomanagement wordt vorm gegeven door verblijf op een gesloten klinische behandelafdeling met een orthopedagogisch en supportief klimaat, waarbij voldoende aandacht is voor de complexe problematiek. Het risicomanagement is gericht op het bieden van externe duidelijke structuur. Binnen deze geboden structuur wordt de terbeschikking-gestelde geholpen om zijn negatieve interpretatiestrategieën te toetsen en het gedrag dat hierop volgt te corrigeren.
Er is gelet op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren geen sprake meer van een verlofkader.
Wanneer het TBS kader wegvalt, zal de terbeschikkinggestelde worden blootgesteld aan stressvolle omstandigheden. Hij beschikt over onvoldoende copingvaardigheden om problemen die hij in het dagelijkse leven in de maatschappij tegen zal komen op een adequate wijze op te lossen. Concluderend kan gesteld worden dat het risico op recidive bij een einde van de TBS maatregel ingeschat kan worden als hoog.
Mede op basis van de recidive uit 2015, welke sterk overeenkomt met eerdere recidives gedurende de lopende TBS maatregel maar niet overeenkomt met de indexdelicten, kan geconcludeerd worden dat bij een toename van vrijheden (zoals een voorwaardelijke beëindiging met intensief toezicht, controle en begeleiding) het risico op geweldsrecidive
ook op de korte termijn nog immer hoog is.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
De deskundige heeft dit advies ter zitting toegelicht.

Advies van de externe gedragsdeskundigenHet advies van de psychiater L.H.W.M. Kaiser die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

Er is bij de terbeschikkinggestelde sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken, een stoornis in gebruik van cocaïne in remissie en een lichte verstandelijke beperking met een disharmonisch profiel.
De kans op herhaling van een geweldsdelict zoals bij de indexdelicten (gedeeltelijk) schat
onderzoeker als hoog in als er nu geen TBS maatregel met dwangverpleging meer zou zijn.
Daarbij zijn vooral de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de geringe vorderingen in de
behandeling en zijn gebrek aan inzicht en negatieve attitude tegenover beperking in zijn
autonomie belastend voor preventie.
De terbeschikkinggestelde verblijft nu op de afdeling [afdeling 1] waar het beter lijkt te gaan dan bij afdeling [afdeling 2] . Hij zal nog lange tijd moeten tonen dat hij daar stabiel kan blijven en zonder aan zijn antisociale attitude toe te geven.
Als hij die attitude de komende tbs periode volhoudt, zou herbeoordeeld kunnen worden en
bepaald kunnen worden wat het traject wordt, rekening houdend met zijn antisociale attitude.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Het advies van de
psycholoog W.F. van Kordelaardie de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van verstandelijk functioneren in het grensgebied van licht verstandelijk beperkt tot zwakbegaafd niveau. Daarnaast is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
De kansen op herhaling van geweldsdelicten worden bij behoud van het kader van de terbe-
schikkingstelling op hoog geschat als de terbeschikkinggestelde zich onttrokken heeft aan het toezicht. Bij wegvallen van het kader worden ze al op korte termijn als hoog ingeschat.
Het risicomanagement zal voor onbepaalde tijd vooral extern moeten zijn. De behandeling
staat stil en linksom of rechtsom ligt een (zeer) langdurig traject in het verschiet.
De terbeschikkinggestelde zelf bepleit het hervatten van de resocialisatie. Inhoudelijk is daar iets voor te zeggen omdat het nog steeds het enige alternatief is voor de LFPZ. Het is echter niet goed in te zien dat ingestemd wordt met hervatting van begeleide verloven hangende de behandeling van een LFPZ-aanvraag.​​​​​​​
Er is sprake van langdurige stilstand. Er is geen ander advies mogelijk dan het verlengen van de TBS met twee jaar. Betrokkene zegt dat te beseffen maar wil graag een vinger aan de pols door een verlenging met slechts één jaar.​​​​​​​

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met twee jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat alle deskundigen, ook de in het kader van de LFPZ aanvraag geconsulteerde psycholoog, waarvan de advocaat het conceptrapport op zitting heeft ingebracht, adviseren om de maatregel met twee jaar te verlengen.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft bepleit dat de maatregel met slechts één jaar verlengd moet worden om een vinger aan de pols te houden. Over een jaar is de beslissing over de LFPZ aanvraag bekend en moet de rechtbank de situatie opnieuw beoordelen. Hierbij heeft hij nadrukkelijk gewezen op het door hem overgelegde concept rapport van de psycholoog, die heeft gerapporteerd inzake de LFPZ plaatsing en op dat punt anders adviseert dan de huidige kliniek.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornis van de terbeschikkinggestelde is nog steeds aanwezig en het recidiverisico is onverminderd hoog. Alle deskundigen adviseren om de maatregel met twee jaar te verlengen, omdat de behandeling hoe dan ook langer dan twee jaar zal duren. In het komende jaar zal duidelijk worden of de LFPZ-status wordt toegekend. Indien deze door de LAP-commissie wordt afgewezen moet de huidige kliniek voortvarend op zoek gaan naar een andere kliniek, die bereid is om de terbeschikkinggestelde ter verdere resocialisatie op te nemen. Ter zitting heeft de deskundige aangegeven dat de kliniek binnen een maand na een eventuele afwijziging van de LFPZ-status actie zal ondernemen. De rechtbank is van oordeel dat daarmee de voortvarendheid goed gewaarborgd is. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de maatregel met slechts één jaar te verlengen, zoals is verzocht door de verdediging.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel en dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar moet worden verlengd.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.M. Grüschke en M.J.F. van der Wolf, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat om
deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.