Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De officier van justitie verzocht de rechtbank Amsterdam om verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die was opgenomen vanwege angst, depressie en suïcidegevaar.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 december 2025 bleek dat betrokkene goed samenwerkt met de zorgaanbieder en bereid is de behandeling voort te zetten zolang dat nodig is. De arts gaf aan dat er twijfel bestond of voortzetting van de maatregel in een gedwongen kader nog noodzakelijk was en dat de behandeling mogelijk vrijwillig kan worden voortgezet.
De advocaat van betrokkene verzocht de rechtbank het verzoek tot verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de crisissituatie niet meer dermate ernstig was dat een gedwongen maatregel noodzakelijk was en dat de behandeling in een vrijwillig kader kan worden voortgezet.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene goed samenwerkt en de behandeling vrijwillig kan worden voortgezet.