Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Inhoud van het bezwaarschrift
2.Procesgang
3.Standpunt van de verdediging
Er is sprake van schending van het beginsel van equality of arms en het vertrouwensbeginsel.
equality of arms. De verdediging zou, net als het OM en onder dezelfde voorwaarden, de gelegenheid moeten krijgen tot het laten verrichten van onderzoek door de RC en voldoende tijd en gelegenheid moeten krijgen om de verdediging vorm te geven.
Equality of armsnoopt er tevens toe dat dit vooronderzoek op verzoek van de verdediging buiten het oog van de media en in de beslotenheid van het kabinet van de RC kan plaatsvinden. Het streven naar publiciteit door het OM is geen reden dit beginsel te schenden. Daarnaast heeft de verdediging op de voet van artikel 182 Sv in het vooronderzoek de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen afwijzing van een onderzoekswens, welke mogelijkheid niet meer bestaat als de rechtbank heeft beslist. Daardoor loopt de verdediging een instantie mis. Ook wordt de verdediging in haar recht op het verkrijgen van stukken op grond van artikel 30-34 Sv benadeeld.
Er is sprake van schending van het recht van de Europese Unie, meer in het bijzonder van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Onhaalbaarheid en buitenvervolging stelling
Aansluiting bij verweren [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] ( [medeverdachte rechtspersoon 2] )
4.Standpunt van de officieren van justitie
5.Beoordeling
over all’ eerlijk proces. Dat sprake zou zijn van een schending waardoor op dit moment al tot niet-ontvankelijkheid van de officieren van justitie moet worden geconcludeerd of tot vrijspraak van verdachte, is thans niet aan de orde. Voorshands is wat de rechtbank betreft geen sprake van een onherstelbare benadeling van de verdediging door de kennisgeving van het OM. De verdediging heeft immers nog de mogelijkheid om haar onderzoekswensen op de terechtzitting in te dienen. Evenmin is voorshands sprake van een zodanige schending van het vertrouwensbeginsel dat het OM zijn recht op vervolging van de verdachte heeft verspeeld door de kennisgeving uit te reiken voordat de verdediging al haar onderzoekwensen kenbaar had gemaakt.