9.4.Partijen hebben in 2018 een relatie gekregen, zij zijn op 11 juni 2022 getrouwd terwijl de vrouw zwanger was en op [geboortedatum] 2022 is zij bevallen van hun dochter [minderjarige] . Uit de door de vrouw ingebrachte en door de man niet betwiste Whatsapp correspondentie, schriftelijke goede voornemens van de man, foto’s en opnames van de man, en verklaringen van derden kan worden opgemaakt dat de relatie van partijen sinds de zwangerschap voor haar zeer belastend is geweest door de wijze waarop de man zich jegens haar heeft gedragen. Gebleken is dat onder andere sprake was van ongecontroleerde woede-uitbarstingen, steeds gevolgd door liefdesbetuigingen en (daarmee samenhangend) alcohol- en drugsgebruik door de man (de man spreekt zelf over zijn “boze dronk”). De vrouw was zeer ongelukkig tijdens de relatie en heeft gedurende haar zwangerschap veel stress en ook zwangerschapspijnen ervaren na confrontaties met de man. Zij had vanwege het gedrag van de man grote twijfels over het aangaan van een huwelijk met hem en heeft dit ook tegen hem geuit. Van een liefdevolle relatie, zoals de man stelt, was aldus geen sprake. Na de geboorte van [minderjarige] zijn de woede-uitbarstingen van de man doorgegaan, ook in het bijzijn van [minderjarige] . Daarnaast heeft de vrouw tegenover de man haar zorgen geuit over de financiële keuzes en uitgaven van de man, het feit dat zij daarbij onvoldoende werd betrokken, en het ontbreken van geld op de gemeenschappelijke rekening voor het voldoen van de kosten voor [minderjarige] en de gemeenschappelijke huishouding, ondanks een ruim inkomen aan de zijde van de man. De vrouw werkte zelf niet, was financieel afhankelijk van de man en heeft zich in die periode tot haar ouders moeten wenden om te kunnen voldoen in de kosten voor [minderjarige] .
9.4.1.De vrouw besluit op 4 juli 2023 bij de man weg te gaan en vertrekt samen met [minderjarige] naar haar ouders. Zij schrijft de man op 4 juli per e-mail dat zij wil dat de man haar met rust laat, dat zij op een rustig moment moeten bespreken wat geregeld moet worden, waarbij goede afspraken over contact tussen de man en [minderjarige] horen en dat zij hoopt dat zij ondanks de grote veranderingen plezierig met elkaar om kunnen blijven gaan. Diezelfde dag gaat de man naar de woning van de ouders van de vrouw en klimt over de omheining, belt langdurig aan, loopt luidkeels roepend om de woning, bonst op ramen en deuren en vertrekt uiteindelijk niet eerder dan op verzoek van de politie. In de dagen daarna gaat meermaals het alarm van de woning van de ouders in de nacht af.
9.4.2.De vrouw schrijft de man op 13 juli 2023 een e-mail waarin zij hem vertelt dat zij heeft begrepen dat hij behoefte heeft aan duidelijkheid voor haar vertrek. Zij schrijft hem dat zij zijn gedrag het jaar daarvoor meermalen aan de orde heeft gesteld, dat hij dat niet accepteerde en dat zij hem daarom meermalen heeft gewaarschuwd dat zij weg zou gaan als de man zijn gedrag niet zou veranderen. Zij schrijft de man dat hij zich sinds haar zwangerschap totaal anders heeft gedragen dan aan het begin van hun relatie en dat hij achter de voordeur een zeer destructief en agressief karakter heeft getoond. Zij schrijft de man dat hij hulp nodig heeft voor zijn drank- en drugsgebruik en zijn gedrag. Nadat hij dit accepteert en er iets aan doet, kan volgens de vrouw gesproken worden over een bezoekregeling. Zij spreekt de hoop uit dat partijen samen tot een discrete oplossing kunnen komen.
9.4.3.Partijen hebben in de periode na het vertrek van de vrouw contact met elkaar, waarbij de vrouw de man in overleg mogelijkheden biedt om [minderjarige] te zien maar er niet mee akkoord gaat dat de man [minderjarige] meeneemt, waarbij zij hem duidelijk maakt dat dit het gevolg is van haar zorgen over zijn gedrag. De man ziet [minderjarige] in die periode meermalen in en om de woning van de ouders van de vrouw.
9.4.4.Op 27 juli 2023 wordt namens de man een dagvaarding in kort geding uitgebracht. De man verzoekt daarin om vaststelling van een zorgregeling met [minderjarige] . In de kort geding dagvaarding benoemt de man dat hij en de vrouw verschillend denken over het volgen van het Rijksvaccinatieprogramma, dat de ouders van de vrouw daar een uitgesproken mening over hebben en dat hij vermoedt dat de vrouw daardoor een druk heeft ervaren die een grote rol lijkt te spelen bij haar besluit om te vertrekken en de onheuse manier waarop zij hem beticht. De man zegt daarover in de dagvaarding dat hij meermalen aan de vrouw heeft laten weten hierover in gesprek te willen gaan met de vrouw en het onderwerp vaccinatie nu even te parkeren.
9.4.5.Uit de door de vrouw overgelegde stukken blijkt echter dat partijen voor het vertrek van de vrouw overeenstemming hadden over een te volgen schema van vaccinatie van [minderjarige] , iets afwijkend van het Rijksvaccinatieprogramma. De man heeft de vrouw zelfs bedankt voor haar constructieve houding en het uitzoeken en heeft gezegd blij te zijn met het voorgestelde vaccinatieplan en het ermee eens te zijn dat dit het beste is voor [minderjarige] . Niettemin schrijft de man de vrouw na haar vertrek per e-mail in het kader van de vaccinatie:
“ [de vrouw] , het is verschrikkelijk voor je dat jouw moeder zoveel druk op jou uitoefent met deze alternatieve homeopathische toestanden. Ik smeek je in het belang van [minderjarige] geen overhaaste beslissingen te maken onder druk van [naam 5] . (…) Mocht het jou rust geven (…) stel ik voor de vaccinatiediscussie voor de korte termijn te parkeren. (…)”
9.4.6.Op 20 juli 2023 stond een afspraak gepland voor vaccinatie van [minderjarige] bij de GGD. De vrouw heeft deze vervroegd naar 18 juli 2023 en is daar met [minderjarige] naartoe gegaan. De vaccinatie vond geen doorgang omdat de GGD, in tegenstelling tot eerdere berichten, niet over het betreffende vaccin bleek te beschikken. De vrouw heeft daarop getracht de vaccinatie alsnog eerst via de huisarts van de man te regelen, en toen dat niet lukte, via haar eigen huisarts. Dit is niet gelukt omdat de man hiervoor geen toestemming gaf. Vervolgens heeft zij de man op 31 juli 2023 een mail gestuurd met daarbij een door de jeugdarts van de GGD opgesteld vaccinatieschema met het verzoek om toestemming van de man, waarop hij niet heeft gereageerd. Op 7 augustus 2023 vond de zitting van het door de man gestarte kort geding plaats. Daarbij heeft de man het handelen van de vrouw ten aanzien van de vaccinatie van [minderjarige] door de man als problematisch gepresenteerd. Op 8 augustus 2023 reageert de man dan voor het eerst op de mail van de vrouw van 31 juli 2023 en stelt voor gezamenlijk een afspraak voor vaccinatie in te plannen, waarop de vrouw laat weten alleen te willen gaan. Op 10 augustus 2023 laat hij de vrouw per e-mail weten dat hij “opgelucht” is om te horen dat de vrouw “nu toch wel bereid is om [minderjarige] te laten vaccineren”. De vrouw spreekt de man meermalen aan op zijn manipulatieve manier van communiceren en handelen, stelt dat hij daarmee probeert een onjuist beeld van haar neer te zetten, bewijs te creëren voor procedures en daarvoor de gezondheid van [minderjarige] aangrijpt.
9.4.7.Op 8 augustus 2023 komt de man samen met zijn moeder naar de woning van de ouders van de vrouw om [minderjarige] te zien. Uit de niet betwiste opnames daarvan blijkt dat de vrouw de moeder van de man herhaaldelijk en duidelijk te kennen geeft dat haar aanwezigheid niet is afgesproken, dat ze niet welkom is en haar verzoekt om te vertrekken. Daarbij blijkt dat de moeder van de man in discussie gaat, weigert gevolg te geven aan het verzoek te vertrekken en de vrouw sussend toespreekt alsof ze angstig is en gerustgesteld moet worden. Dit alles speelt zich af in de aanwezigheid van [minderjarige] . Uiteindelijk vertrekt de moeder van de man toch.
9.4.8.Bij vonnis van 14 augustus 2023 wordt door de voorzieningenrechter een zorgregeling vastgesteld, mede op advies van de Raad voor de Kinderbescherming, op grond waarvan de man voorlopig omgang heeft met [minderjarige] , deels bij de ouders van de vrouw, deels in [locatie 1] onder begeleiding van zijn eigen ouders, dus niet onbegeleid. Daarbij is beslist dat de moeder de overdracht in de woning van haar ouders dient te doen.
9.4.9.Op 16 augustus 2023 plaatst de zus van de man op [sociale media] (nadat zij een jaar niets heeft geplaatst) een serie berichten over post partum psychoses en angsten, waarbij symptomen worden genoemd als “confusion/disorganised”, “fear of partner or familymembers harming you or your baby”, “lack of self-awareness”. De vrouw wordt hierop door meerdere vrienden en kennissen aangesproken, in de veronderstelling dat dit bericht betrekking heeft op de vrouw. De andere zus van de man repost deze berichten. Enkele weken later worden de berichten weer verwijderd en wordt vervolgens weer geen gebruik gemaakt van het account.
9.4.10.Uit de door de vrouw overgelegde verklaringen van de kraamhulp en haar huisarts blijkt dat bij de vrouw geen sprake is geweest van postnatale depressie of een gecompliceerd verloop van de postnatale periode.
9.4.11.Op 23 augustus 2023 stuurt de man het volgende appbericht naar in elk geval tientallen mensen uit de sociale omgeving van hem en de vrouw:
“Zoals de meesten van jullie weten is – tot mijn verdriet en verbazing - [de vrouw] plotseling met onze dochter [minderjarige] vertrokken naar haar ouders. Dit is natuurlijk een zaak die slechts [de vrouw] en mij aangaat en waarbij [minderjarige] onze eerste prioriteit moet en zal zijn. Echter hebben mijn schoonouders [naam 6] en [naam 5] [de vrouw] ervoor gekozen om grove leugens en valse beschuldigingen over mij te verspreiden. Als gevolg hiervan zijn er hooglopende emoties in onze omgeving. Hierdoor ben ik helaas genoodzaakt toch enige feiten met jullie te delen.
Feit is dat [de vrouw] na een drukke en bewogen tijd – waarin zij herstelde van een burn-out, we een mooie reis van enige maanden maakten, we getrouwd en verhuisd zijn en bovenal onze lieve [minderjarige] hebben gekregen – allemaal teveel geworden is. In plaats van psychologische hulp te zoeken en er samen uit te komen heeft [de vrouw] , maar waar het naar lijkt vooral mijn schoonouders, ervoor gekozen om drie weken lang [minderjarige] van mij weg te houden, alle communicatie te verbreken en min vaderschapsrol volledig te ontnemen.
Na zes zware weken is er inmiddels dankzij de rechter een tijdelijke zorgregeling mogelijk gemaakt met [minderjarige] . De rechter heeft de valse beschuldigingen terzijde gelegd en gehandeld in het belang van [minderjarige] . Alle aantijgingen die je over mij gehoord kan hebben staan volledig los van de werkelijkheid. Bijvoorbeeld de bizarre leugen dat ik drugsverslaafd zou zijn, is allereerst middels testen bewezen onwaar en bovendien ook terzijde geschoven in de rechtszaak die ik tot mijn grote verdriet heb moeten voeren om weer voor [minderjarige] te kunnen zorgen. Daarnaast is [minderjarige] na 8 maanden eindelijk deze week voor het eerst gevaccineerd tegen kinderziektes, naar mijn mening van groot belang voor haar gezondheid.
Hopelijk zijn dit de eerste stappen op weg naar herstel van normale verhoudingen en staat het welzijn van [minderjarige] nu voor alle betrokkenen op de eerste plaats. [minderjarige] heeft twee stabiele en liefdevolle ouders nodig. In het belang van [de vrouw] , [minderjarige] en mijzelf hoop ik dat jullie ons steunen in het de-escaleren van de situatie door een en ander te laten voor wat het is en de verspreide leugens volledig te negeren. Graag jullie begrip hiervoor, [de man] .”
9.4.12.De man heeft dit bericht met behulp van een PR adviseur opgesteld en terzake is een memo opgesteld, waaruit blijkt dat de vertrouwelijkheid in het bericht bewust in het midden wordt gelaten omdat het “juist wel fijn” is als het bericht wordt doorgestuurd, en wordt gesproken over verspreiding in een “eerste en tweede schil”. Ook wordt daarin gesteld dat het de bedoeling is te benadrukken dat de vrouw zich volledig afhankelijk heeft gesteld van haar ouders, dat de man ongerust is dat [minderjarige] niet deelneemt aan het Rijksvaccinatie-programma en “impliciet” dat de vrouw de lijn van haar ouders als anti-vaxxers wil volgen. Daarbij heeft de adviseur de suggestie gegeven om de wenselijkheid van psychologische hulp voor de vrouw te benoemen, met daarbij de opmerking dat als de vrouw dit ontkent, dat zinloos is en gezien zal worden als jij-bak.
9.4.13.Dat de ouders van de vrouw tegen vaccineren zijn, blijkt niet uit het dossier. Wel blijkt dat zij en hun kinderen allen zijn ingeënt. Evenmin blijkt uit het dossier dat de ouders van de vrouw lasterlijk over de man hebben gesproken, of dat de vrouw ooit een burn-out heeft gehad.
9.4.14.Het bericht van de man is ruim verspreid binnen de sociale kringen van de vrouw en haar ouders. Op 1 september 2023 heeft de politie een zogenoemd stopgesprek, gebruikelijk bij vermoedens van stalking, gevoerd met de man.
9.4.15.Op 6 september 2023 stuurt de beste vriend van de man een e-mailbericht aan de organisator van een expositie waar werken van de moeder van de vrouw worden tentoongesteld, waarin wordt gesteld dat sprake is van plagiaat door de moeder van de vrouw. Uit de zoekgeschiedenis op de Ipad van de man blijken zoekslagen naar de naam van de organisator van deze expositie. De organisator van de tentoonstelling betwist de beschuldigingen en wijst daarbij op de vriendschap tussen de afzender van het bericht en de man.
9.4.16.Op 7 september 2023 laat de vrouw via haar advocaat weten dat zij zich neerlegt bij de in kort geding vastgelegde zorgregeling, hoewel zij die wel iets te uitgebreid vindt, en dat zij daarom geen hoger beroep heeft ingesteld. Zij geeft daarbij te kennen dat zij de overdrachten in persoon met de man als onveilig en ondermijnend ervaart en niet in het belang van [minderjarige] . Zij stelt daarom voor dat de overdrachten door een vertrouwde derde worden gedaan. De man gaat hier niet mee akkoord. Niettemin voert de vrouw de overdrachten vanaf dat moment niet meer zelf uit maar laat zij dit door haar vader doen. Op niet betwiste opnames van de man is te zien dat hij meermalen bij aankomst bij de woning van de ouders van de vrouw om de woning heen loopt, naar binnen kijkt, luidkeels en herhaaldelijk de naam van de vrouw roept en in discussie gaat met de aanwezige vader van de vrouw. [minderjarige] is op dat moment in de woning aanwezig.
9.4.17.Op 26 september 2023 weigert de man toestemming voor een vakantie van de vrouw met [minderjarige] .
9.4.18.Op 16 oktober 2023 is vanuit de huisartsenpraktijk van de man in [plaats] een verzoek gedaan aan de huisarts van de vrouw om haar dossier naar hen over te zetten. Dit verzoek is geweigerd door de huisarts van de vrouw.
9.4.19.Op 17 oktober 2023 weigert de man toestemming aan de vrouw om met [minderjarige] op vakantie te gaan.
9.4.20.Op 25 november 2023 is de vrouw jarig. Zij heeft enkele vrienden op bezoek om dit te vieren. Die avond komt de man [minderjarige] terugbrengen. Op door de man niet betwiste opnames is te zien dat hij uit zijn auto stapt, desgevraagd van de vader van de vrouw weer te horen krijgt dat de vrouw de overdracht niet zal doen en dat de vader van de vrouw [minderjarige] zal overnemen. De man stapt daarop weer in de auto en belt, waarop de politie zo kort daarna ter plaatse is dat het niet anders kan dat de man de politie vooraf heeft ingeseind. De man toont de politie de uitspraak in kort geding en vertelt de politie dat hij door de vader van de vrouw wordt bedreigd. Van bedreigingen door de vader van de vrouw blijkt echter niet uit de opname noch uit enig ander onderdeel van het dossier. De politie verifieert vervolgens of de vrouw in de woning aanwezig is, en geeft vervolgens te kennen dat [minderjarige] aan de vader van de vrouw kan worden overgedragen. Gedurende deze gang van zaken bevindt [minderjarige] zich steeds in de auto van de man en moet zij wachten tot ze uit de auto mag.
9.4.21.Op 23 oktober 2023 verzoekt de man de rechtbank in een voorlopige voorzieningenprocedure om uitbreiding van de zorgregeling. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 5 december 2023 heeft de vrouw de omgang stopgezet en te kennen gegeven dat deze wat haar betreft in het vervolg op een neutrale plek zal moeten plaatsvinden, nu de aanwezigheid van de man in haar woning volgens haar tot onveiligheid leidt.
9.4.22.Tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2023 verklaart de man dat hij alleen [minderjarige] wil zien en dat hij de vrouw niet hoeft te zien. Op 5 december 2023 heeft de rechtbank, gelet op de escalatie van de situatie, de rechtbank de zorgregeling in kort geding geschorst tot de uitspraak.
9.4.23.Op 5 december 2023 sluit de man een overeenkomst voor kinderopvang voor [minderjarige] zonder medeweten en toestemming van de vrouw. Dat de vrouw en de man samen [minderjarige] bij deze kinderopvangorganisatie hebben ingeschreven, is niet gebleken.
9.4.24.Bij beschikking van 14 december 2023 wordt een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de overdracht via een onafhankelijke derde zal plaatsvinden, onder verwijzing naar het belang van hechting tussen de man en [minderjarige] .
9.4.25.Op 27 december 2023 vordert de man in kort geding nakoming van de beschikking omdat de begeleide overdracht nog niet is gestart, op straffe van een dwangsom. Hoewel de hulpverlening is geregeld en de man is medegedeeld dat deze op 29 december 2023 zal aanvangen, weigert de man desgevraagd zijn dagvaarding in te trekken. Na indiening van de conclusie van antwoord door de vrouw, trekt de man op 3 januari 2024 alsnog de dagvaarding in, een dag voor de zitting. De vrouw heeft daarom advocaatkosten moeten maken voor een conclusie van antwoord. De man zegt vervolgens de geplande omgang met [minderjarige] op 5 januari 2024 af omdat hij verhinderd is.
9.4.26.Met ingang van 29 december 2023 is stichting [naam organisatie] gestart met de uitvoering van de overdracht van [minderjarige] en is de omgang hervat. Omdat de vrouw opmerkt dat [minderjarige] erg moe en huilerig is na de omgangen en zij op basis van waarnemingen van haar bekende auto’s bij de overdracht vermoedens heeft dat de man niet zelf de omgang uitvoert, schakelt zij persoonsbeveiliging in. Uit observaties van een privé detective blijkt dat de vader [minderjarige] herhaaldelijk ophaalt bij [naam organisatie] , met haar wegrijdt in zijn eigen auto, en dan kort daarna aan de kant van de weg stopt en [minderjarige] aan zijn moeder overdraagt. Hetzelfde gebeurt omgekeerd bij terugkomst. Ook komt het voor dat de vader de overdracht in het geheel niet zelf doet maar overlaat aan zijn ouders. Tot slot blijkt dat de vader [minderjarige] tijdens zijn omgangstijd naar het voor de vrouw onbekende kinderdagverblijf brengt.
9.4.27.Op 22 februari 2024 verzoekt de vrouw om toestemming voor een vakantie met [minderjarige] . De man reageert niet op dit verzoek.
9.4.28.Op 14 maart 2024 verzoekt de vrouw in verband met de observaties terzake van de omgang tussen [minderjarige] en de man wijziging van de voorlopige voorziening in die zin dat wordt bepaald dat de omgang tussen de man en [minderjarige] enkel begeleid zal plaatsvinden. Op 15 maart 2024 stopt de vrouw de lopende omgang.
9.4.29.Op 19 maart 2024 vordert de man in kort geding nakoming van de zorgregeling door de vrouw, op straffe van een dwangsom van € 500 euro per keer dat de vrouw in gebreke blijft, waarbij de man onder andere vordert dat de vrouw de overdracht zelf uitvoert.
9.4.30.Op 8 april 2024 veroordeelt de rechtbank de vrouw tot nakoming van de zorgregeling.
9.4.31.Op 9 april 2024 vindt de mondelinge behandeling van het verzoek van de moeder plaats. De Raad adviseert op basis van multi-disciplinair overleg om de omgang tussen de vader en [minderjarige] te stoppen in verband met grote zorgen over het handelen van de man, dat niet in het belang van [minderjarige] wordt geacht. De rechtbank besluit tot uitsluitend begeleide omgang , wekelijks te verzorgen door [naam organisatie] en gelast een Raadsonderzoek.
9.4.32.Op 6 mei 2024 is de man bij het consultatiebureau aanwezig op het moment dat een vaccinatie voor [minderjarige] staat gepland, zonder dat de vrouw hiervan weet heeft. De vrouw belt bij het zien van de man de politie, en nadat de vader op verzoek van de politie vertrekt, krijgt [minderjarige] haar vaccinatie.
9.4.33.Op 19 juli 2024 komt de moeder van de man mee naar de begeleide omgang. Vader vertelt aan de vervangende omgangsbegeleidster dat de vaste omgangsbegeleidster daarmee akkoord is gegaan. In het omgangsverslag van die dag vermeldt de omgangsbegeleidster dat zij er na de omgang achter komt dat niet met de vaste omgangsbegeleidster is afgesproken om oma op die dag mee te nemen.
9.4.34.Op 5 augustus 2024 brengt de Raad rapport uit. In het rapport valt te lezen dat de man de Raad heeft gezegd dat de ouders van de vrouw in complottheorieën geloven en een panic room hebben in hun huis. De vrouw was volgens de man tegen vaccinaties, haar familie had beweerd dat zij en haar broer een onbewezen genetische afwijking zouden hebben en dat [minderjarige] dit ook zou hebben. De man zegt bezorgd te zijn geweest dat [minderjarige] door de vrouw en haar familie zonder sociale contacten en geïsoleerd zou opgroeien. Dat de man en de vrouw overeenstemming hadden over de vaccinaties van [minderjarige] , vertelt de man niet.
9.4.35.De man zegt verder tegen de Raad dat de vrouw is vertrokken drie dagen na de vaccinatieafspraak die de vrouw had afgezegd. Op basis van het dossier staat echter vast dat de vrouw op 4 juli 2023 is vertrokken, dat de vaccinatieafspraak daarna stond gepland op 20 juli 2023 en dat de vrouw die niet heeft afgezegd maar vervroegd naar 18 juli 2023.
9.4.36.De man vertelt de Raad dat de vrouw een lastercampagne is gestart tegen de man. De rechtbank stelt vast dat hiervan uit het dossier niet blijkt, maar wel dat de man bewust de vrouw en de familie van de vrouw in hun sociale kringen in een kwaad daglicht heeft geplaatst, zoals hiervoor vermeld.
9.4.37.De man vertelt de Raad dat de moeder na haar vertrek niets in het overdrachtsschriftje schreef. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat zij dit wel deed en zijn vragen beantwoordde.
9.4.38.De ouders van de man zijn ook door de Raad als informanten bevraagd. Zij hebben de Raad blijkens het rapport gezegd dat zij na de geboorte van [minderjarige] net op loopafstand woonden en goed en regelmatig contact hadden. De rechtbank stelt vast dat is gebleken dat de grootouders in die periode in Spanje woonden. Dat zij dit aan de Raad hebben verteld, blijkt niet. De grootouders hebben ook verklaard dat de moeder is ingestort toen [minderjarige] drie maanden was, en dat zij toen de zorg hebben moeten overnemen. De rechtbank stelt vast dat dit niet blijkt uit het dossier. De grootouders typeren de vrouw als onstabiel en benoemen dat de ouders van de vrouw anti-vaxxers zijn. De grootouders benoemen dat het gezin van de vrouw waanideeën heeft over de buitenwereld, achtervolgingswaanzin. Daardoor is volgens de grootouders de stap naar het huwelijk met de vader en het moederschap voor de vrouw te groot geweest. De vader van de vrouw zou een lastercampagne jegens de man zijn gestart. De vrouw heeft volgens de grootouders sloten op haar klerenkast. Ook verzorgt de vrouw [minderjarige] niet goed, blijft [minderjarige] achter in haar ontwikkeling, krijgt ze geen vast voedsel terwijl zij daar wel aan toe is en heeft de vader in dat verband het OKT moeten benaderen. De moeder van de vrouw lijdt volgens de grootouders aan een eetstoornis. De grootouders hebben gezegd dat [minderjarige] altijd een blauwe plek op haar hoofd heeft, en dat de man daarvan een uitgebreide fotoreeks naar het OKT heeft gestuurd. De vrouw is volgens de grootouders niet in staat om voor [minderjarige] te zorgen, zij heeft hulp nodig voor zichzelf maar dit zal naar verwachting van de grootouders niet worden ingezet vanwege wantrouwen in de reguliere gezondheidszorg.
9.4.39.De rechtbank stelt vast dat voor de aantijgingen van de grootouders aan het adres van de vrouw en haar familie in het dossier geen ondersteuning te vinden is.
9.4.40.Uit het Raadsrapport blijkt dat de man het consultatiebureau een mail heeft gestuurd met de mededeling dat [minderjarige] volgens hem teveel melkvoeding krijg. Daarop heeft de vrouw direct gereageerd met de mededeling dat de informatie van de man niet klopt, dat [minderjarige] allang vast eten krijgt en dat de man niet zulke berichten moest sturen.
9.4.41.Uit het Raadsrapport blijkt dat [minderjarige] volgens het consultatiebureau groeit conform de groeicurve.
9.4.42.Bij beschikking van 23 oktober 2024 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en opnieuw een Raadsonderzoek gelast. Daarbij heeft de rechtbank de begeleide omgangsregeling in stand gelaten. De rechtbank geeft de vrouw vervangende toestemming voor een vakantie met [minderjarige] .
9.4.43.Op 14 februari 2025 verzoeken de grootouders de rechtbank een omgangsregeling tussen hen en [minderjarige] vast te stellen.
9.4.44.In mei 2025 brengt de man een dagvaarding uit in kort geding, waarin hij vordert de voorlopige zorgregeling uit te breiden op straffe van een dwangsom. De vordering wordt bij beschikking van 14 mei 2025 afgewezen. De rechtbank verleent de vrouw vervangende toestemming voor een vakantie met [minderjarige] voor drie weken in de periode van mei/juni/juli 2025, de periode waarin het Raadsonderzoek plaatsvindt.
9.4.45.Op 3 juli 2025 vond de mondelinge behandeling van het verzoek van de grootouders plaats. Dit verzoek is bij beschikking van door de rechtbank afgewezen.
9.4.46.Op 11 april 2025 treft de vader van de vrouw de man aan in [woonplaats 1] waar de vrouw woont. De man heeft daarover verklaard dat hij daar is om boodschappen te doen voor zijn oma die in een naburig dorp woont waar geen supermarkt is. De vrouw heeft vervolgens onbetwist gesteld dat de oma van de man in een ander dorp woont en dat er supermarkten veel dichterbij zijn.