De rechtbank Amsterdam heeft op 11 februari 2025 de vordering van de officier van justitie behandeld tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van een terbeschikkinggestelde die veroordeeld is voor tweemaal diefstal met geweld en het voorhanden hebben van een vuurwapen.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 januari 2021 en eerder reeds verlengd tot januari 2025. De terbeschikkinggestelde kampt met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik, met een geschiedenis van recidiverend delictgedrag. De behandeling richt zich op het verminderen van risicofactoren zoals antisociale cognities, middelengebruik en ontoereikende sociale vaardigheden.
De deskundigen adviseerden aanvankelijk een verlenging van één tot twee jaar. De meest recente deskundige, betrokken sinds december 2024, ondersteunt een verlenging met één jaar met het oog op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging daarna. De officier van justitie pleitte voor een langere verlenging, terwijl de raadsman een kortere verlenging bepleitte.
De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en het recidiverisico een verlenging met één jaar rechtvaardigen. Dit biedt ruimte voor verdere behandeling en resocialisatie, zonder een automatische voorwaardelijke beëindiging te garanderen. De vordering wordt toegewezen en de terbeschikkingstelling verlengd met één jaar.