ECLI:NL:RBAMS:2025:10876

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
13-392382-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Roekeloos rijden met ernstige verkeersregels schending en zwaar lichamelijk letsel

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 3 februari 2024 te Amsterdam roekeloos heeft gereden. De verdachte, een beginnend bestuurder, reed met een motorscooter en overschreed de maximumsnelheid van 30 km/uur met een snelheid van ongeveer 97 km/uur. Dit gebeurde op de Burgemeester De Vlugtlaan en de Bos en Lommerweg, waar hij ook op een fietspad en tram/busbaan reed. Tijdens deze gevaarlijke rit heeft de verdachte diverse verkeersregels geschonden, wat resulteerde in een aanrijding met een voetganger die zwaar lichamelijk letsel opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk en in ernstige mate de verkeersregels had overtreden, wat levensgevaar voor anderen met zich meebracht. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 4 weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden geëist. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 1 jaar, rekening houdend met de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte, waaruit bleek dat hij eerder was veroordeeld voor verkeersovertredingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13.392382.24
Datum uitspraak: 24 december 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. van der Veen.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 3 februari 2024 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
Primair: het zich als bestuurder van een motorrijtuig opzettelijk zodanig gedragen
dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor levensgevaar
of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;
Subsidiair: het zich als bestuurder van een motorrijtuig zodanig gedragen dat
daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) bewezen kan worden verklaard.
Op 3 februari 2024 reed een motorscooter vlak achter een driewielige motorfiets, terwijl het donker was, op de Burgemeester De Vlugtlaan en vervolgens op de Bos en Lommerweg te Amsterdam. Blijkens diverse camerabeelden reden zij daarbij ook op de tram/busbaan, op het fietspad en op het trottoir. Vlak voordat de driewielige motor tegen een aldaar overstekende voetganger aan reed, was -blijkens onderzoek- de snelheid van de motorscooter minimaal 97 km/uur, waar maximaal 30 km/uur was toegestaan. Hoewel daarmee niet valt vast te stellen dat de motorscooter gedurende het hele traject zo hard heeft gereden, valt uit de camerabeelden wel op te maken dat beide motoren telkens veel harder reden dan het overige verkeer. Daarom kan worden bewezen dat de motorscooter constant sneller heeft gereden dan was toegestaan. Dit rijgedrag betreft een ernstige schending van de verkeersregels. Blijkens de camerabeelden gaat het om een heel traject waarbij de motorscooter (en de driewielige motor) diverse verkeersregels heeft overtreden: niet alleen de hiervoor genoemde snelheid, maar ook het tegen de richting in rijden, op het fietspad, op de stoep en op de bus- en trambaan rijden. Dergelijk gedrag kan niet anders dan opzettelijk zijn verricht. Van deze gedragingen was bovendien gevaar te duchten voor het leven dan wel zwaar lichamelijk letsel van anderen. Dat blijkt uit het feit dat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt doordat de persoon op de driewielige motor een overstekende persoon heeft aangereden ten gevolge waarvan die persoon zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
De bestuurder van de motorfiets is op grond van de camerabeelden door meerdere verbalisanten herkend als verdachte. Hij was beginnend bestuurder.
3.2
Het oordeel van de rechtbank
Inleiding
Op 3 februari 2024 vond op de Bos en Lommerweg te Amsterdam een aanrijding plaats tussen een driewielige motorfiets en een voetganger, waarbij de voetganger zwaar lichamelijk letsel opliep. Blijkens het daaropvolgende onderzoek ontstond het vermoeden dat de driewielige motorfiets vanaf café [naam café] op de Burgemeester de Vlugtlaan samen opreed met een andere motorscooter, die na het ongeval zou zijn doorgereden. De onderhavige zaak ziet op het gedrag van de bestuurder van deze motorscooter. Voor de leesbaarheid van dit vonnis wordt de bestuurder van de driewielige motorfiets hierna aangeduid als de medeverdachte.
3.2.1
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
Op 3 februari 2024 omstreeks 18:24 uur reden een motorscooter en de driewielige motorfiets van de medeverdachte op de Burgemeester De Vlugtlaan en vervolgens op de Bos en Lommerweg te Amsterdam, gaande in de richting van de Haarlemmerweg. [2] Het was donker. [3]
Op camerabeelden, afkomstig van diverse panden op de Burgmeester De Vlugtlaan en de Bos en Lommerweg, is te zien dat beide bestuurders dezelfde route reden en gedurende de hele route kort achter elkaar reden. Beiden reden over de tram-en/of busbaan van de Burgemeester De Vlugtlaan, in de richting van de Bos en Lommerweg. Vervolgens reden beide voertuigen gedurende lange afstand (ongeveer 300 meter) met een zichtbaar hogere snelheid dan het overige gemotoriseerde verkeer en dan verantwoordelijk was, over het fietspad. Vervolgens reden beide voertuigen – met opvallend hoge snelheid - over de Bos en Lommerweg. De medeverdachte reed een daar overstekende voetganger aan. De bestuurder van de motorfiets kon ter nauwer nood uitwijken om een aanrijding te voorkomen. [4]
De bestuurder van de motorfiets reed voorafgaand aan het ongeval op de Bos en Lommerweg, over een afstand van ongeveer zestien meter, met een indicatieve gemiddelde snelheid van 97 km/uur. [5] Op de Bos en Lommerweg geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. [6]
Op de camerabeelden is het gezicht van de bestuurder van de motorscooter duidelijk in beeld. [7] De bestuurder van de motorscooter is door twee verbalisanten herkend als [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002. [8]
Op de camerabeelden is eveneens een gedeelte van het kenteken van de motorscooter (de letters [letter] en [lettercombi] ) te zien. Ten tijde van het verkeersongeval, te weten in de periode van 24 juli 2023 tot en met 6 juni 2024, stond een motorscooter van het merk Piaggio Vespa GTS met kenteken [kentekennummer] geregistreerd op naam van [verdachte] . Dit betreft hetzelfde merk en type motorscooter als te zien is op de gevorderde camerabeelden. [9] De letters [letter] en [lettercombi] zoals deze op camerabeelden zichtbaar zijn, staan op dezelfde positie in het kenteken van de motorscooter die op naam stond van verdachte. [10] Verdachte was beginnend bestuurder. [11]
3.2.2
Beoordeling van feit 1 primair (artikel 5a WVW)
De bestuurder van de motorscooter
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of verdachte degene is die de motorscooter heeft bestuurd.
Verdachte heeft verklaard dat hij niets heeft gedaan en heeft zich verder voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Wel heeft hij bekend dat het voertuig met kenteken [kentekennummer] , een Vespa GTS, op zijn naam heeft gestaan.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de herkenningen van de bestuurder van de motorscooter als [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002, in combinatie met het feit dat de motorscooter met kenteken [kentekennummer] , die op 3 februari 2024 op zijn naam stond en waarvan de positie van de op de camerabeelden zichtbare letters [letter] en [lettercombi] overeenkomen met de positie van de letters van het kenteken op de motorscooter, het verdachte is geweest die de motorscooter heeft bestuurd.
Overtreding van 5a WVW?
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verkeersgedragingen van verdachte dienen te worden aangemerkt als gedragingen als bedoeld in artikel 5a WVW.
De rechtbank moet daarbij beoordelen of verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daarvoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a.
a) De geschonden verkeersregels
De rechtbank stelt, gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, vast dat verdachte op 3 februari 2024 (in ieder geval) op de Bos en Lommerweg heeft gereden met een indicatieve gemiddelde snelheid van 97 km/uur. Daarmee heeft hij de maximumsnelheid (30 km/uur) ruim driemaal overschreden.
Dit betreft een schending van één van de in artikel 5a lid 1 WVW (niet limitatief) genoemde verkeersregels, namelijk artikel 5a lid 1 onder g WVW.
Daarnaast blijkt uit de camerabeelden dat verdachte op de Burgemeester De Vlugtlaan eerst over de tram- en/of busbaan heeft gereden en vervolgens op het fietspad heeft gereden. Dit rijden op het fietspad betreft een overtreding van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De rechtbank is van oordeel dat deze overtreding van soortgelijk belang is als van de onder artikel 5a lid 1 onder a t/m l WVW genoemde overtredingen, en dat deze overtreding daarom dient te worden aangemerkt als vallend onder artikel 5a lid 1 onder m WVW. Daarnaast is het rijden op de tram- en/of busbaan zonder ontheffing ook verboden. Verdachte heeft dus de verkeersregels geschonden, zoals bedoeld in artikel 5a WVW.
b) in ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte voornoemde verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. Verdachte heeft immers direct voorafgaand aan het ongeval van de medeverdachte met de voetganger, de daar geldende maximumsnelheid (ruim) driemaal overschreden. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen dat hij op de daaraan voorafgaande route ook dezelfde hoge snelheid heeft gereden, kan op grond van de camerabeelden wel worden vastgesteld dat verdachte op de Burgemeester De Vlugtlaan en op het eerdere deel van de Bos en Lommerweg met beduidend hogere snelheid heeft gereden dan daar ter plaatse op de rijbaan was toegestaan. Op de beelden is immers te zien dat hij de aldaar rijdende auto’s met snelle vaart inhaalde. [12]
Daarnaast heeft verdachte niet slechts op de Burgemeester De Vlugtlaan op het fietspad gereden, maar gedurende langere afstand (circa 300 meter in totaal) ook op het fietspad op de Bos en Lommerweg. Verdachte en de medeverdachte hebben hun snelheid niet geminderd bij een uitrit noch bij het naderen van de oversteekplaats waar het ongeval heeft plaatsgevonden. [13] Deze gedragingen kunnen niet anders dan worden aangemerkt als het in ernstige mate overtreden van de verkeersregels.
c) opzettelijk
Het opzet van een verdachte – inclusief voorwaardelijk opzet – moet zowel gericht zijn geweest op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. Bij het antwoord op de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen.
Opzet op het schenden van de verkeersregels
De gedragingen van verdachte, zeker in onderlinge samenhang gezien, zoals het over lange afstand (veel) te hard rijden, het rijden op de tram en/of busbaan en het over langere afstand op een fietspad rijden, kunnen niet anders dan opzettelijk zijn verricht: elke wisseling van rijbaan vereist een bewuste keuze en het is overduidelijk dat hij daarbij de overige op de rijbaan rijdende auto’s met (grote) vaart inhaalde, waardoor het voor verdachte zeer duidelijk was dat hij (veel) sneller reed dan was toegestaan.
Opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels
De aard en de ernst van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze zijn verricht en alle overige feiten en omstandigheden van het geval zoals hiervoor omschreven, maken dat de gedragingen in samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm ook gericht waren op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Verdachte moet zich hiervan bewust zijn geweest en heeft deze schending willens en wetens gecontinueerd. Hierbij is ook van belang dat verdachte en de medeverdachte gedurende het hele traject vlak achter elkaar reden en kennelijk meer belang hebben gehecht aan het elkaar - met grote snelheid - volgen dan aan de verkeersregels en veiligheid ter plaatse.
d) gevaar te duchten
Naar algemene ervaringsregels acht de rechtbank het voorzienbaar dat er een zeer gevaarlijke situatie ontstaat door het hiervoor beschreven verkeersgedrag van verdachte.
Door op dit tijdstip, namelijk tijdens het spitsuur, waarin blijkens de camerabeelden veel overige – ook zwakkere – verkeersdeelnemers op beide wegen aanwezig waren, met zo’n hoge snelheid dan wel een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, te rijden, zonder vaart te minderen bij een uitrit of bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats, door op het fietspad dan wel op de rijbaan te rijden, is bovendien levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten.
Dat gevaar heeft zich ook verwezenlijkt, nu de medeverdachte, die dezelfde gedragingen verrichte en vóór verdachte reed, een voetganger heeft aangereden die daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. [14] Verdachte zelf heeft ter nauwer nood uit kunnen wijken.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat door de gedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Conclusie
Het voorgaande betekent dat het verkeersgedrag van verdachte dat tot het ongeval heeft geleid, dient te worden aangemerkt als het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels in de zin van artikel 5a WVW. De rechtbank acht daarom het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in 3.2.1 en 3.2.2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde:
op 3 februari 2024 te Amsterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmee rijdende over de Burgemeester De Vlugtlaan en de Bos en Lommerweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was,
bestaande dat gedrag hieruit:
verdachte heeft gereden over de Burgemeester De Vlugtlaan en de Bos en Lommerweg, gaande in de richting van de Haarlemmerweg,
- terwijl het donker was,
- terwijl verdachte beginnend bestuurder was,
- terwijl verdachte constant en/of meermalen reed met een snelheid die veel hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, namelijk met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een snelheid die veel te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse,
verdachte bereed de tram- en/of busbaan van de Burgemeester De Vlugtlaan,
verdachte bereed in strijd met artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990) het fietspad van de Burgemeester De Vlugtlaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.
Bij deze eis is rekening gehouden met de ernst van het feit en het feit dat verdachte zowel op zijn documentatie als blijkens diverse politiemutaties veel vaker is veroordeeld dan wel aangehouden wegens het plegen van verkeersovertredingen.
7.2
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft over een langere afstand zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij heeft zich niets aangetrokken van de verkeersregels, het was hem kennelijk meer te doen om snel achter of samen met de medeverdachte op te rijden. Hiermee heeft hij de verkeersveiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 3 november 2025. Hieruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor overtredingen van de WVW. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.
De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte verrichte gedragingen dermate ernstig zijn, dat daarvoor een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd passend en noodzakelijk is. Gelet op de ernst van de gedragingen en het feit dat hij vaker is veroordeeld wegens overtredingen van de WVW, acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor langere duur dan is gevorderd, te weten voor de duur van één jaar, passend en noodzakelijk. Verdachte dient langere tijd de toegang tot het gemotoriseerd verkeer te worden ontzegd, ter bescherming van de verkeersveiligheid en verduidelijking dat het vertoonde verkeersgedrag niet is toegestaan.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9.Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvan
4 (vier) weken.
Ontzegtverdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
1 (één) jaar.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.M. Beunk, voorzitter,
mrs. D. Bode en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december 2025.
[..]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van aanrijding, doorgenummerde pag. 8; proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-33 (inclusief bijlagen), doorgenummerde pag. 134, 135, 138.
3.Proces-verbaal FO Verkeer, doorgenummerde pag. 34, 44.
4.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-33 (inclusief bijlagen), doorgenummerde pag. 134, 135, 154, 158-164, 169.
5.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 25 juli 2024, doorgenummerde pag. 84, 86, 87, 101, 102.
6.Proces-verbaal FO Verkeer, doorgenummerde pag. 43.
7.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-33 (inclusief bijlagen), doorgenummerde pag. 134, 146.
8.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-39, doorgenummerde pag. 176; proces-verbaal van herkenning van 26 september 2024, doorgenummerde pag. 184-186; proces-verbaal van herkenning van 24 september 2024, doorgenummerde pag. 187-189;
9.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-39, doorgenummerde pag. 176; uitdraai uit het register NL-RDW ten name van [verdachte] , doorgenummerde pag. 179.
10.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-39, doorgenummerde pag. 176.
11.Proces-verbaal misdrijf, doorgenummerde pag. 10, 11.
12.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-33 (inclusief bijlagen), doorgenummerde pag. 134, 135, 138, 159-164.
13.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024027575-33 (inclusief bijlagen), doorgenummerde pag. 134, 135, 162, 168.
14.Proces-verbaal van misdrijf, doorgenummerde pag. 9.