ECLI:NL:RBAMS:2025:10871

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
13-260658-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens onduidelijkheid verdedigingsrechten

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen voor de opgeëiste persoon, geboren in 1975, die in Nederland gedetineerd is. Na een eerste zitting op 3 december 2025 en een tussenuitspraak op 17 december 2025, waarin de rechtbank oordeelde over de grondslag van het EAB en de mogelijke weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro, werd het onderzoek geschorst om aanvullende informatie te verkrijgen over de waarborging van verdedigingsrechten in Duitse veroordelingen.

De rechtbank stelde een vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de Duitse veroordelingen van 2014 en 2015, maar ontving geen antwoord. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in die procedures zijn gerespecteerd.

Gezien het ontbreken van deze essentiële informatie en in overeenstemming met de raadsman en officier van justitie, besloot de rechtbank de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW Pro. De rechtbank zag geen reden om van deze weigering af te zien en hief de overleveringsdetentie op. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens onvoldoende informatie over de waarborging van verdedigingsrechten in Duitse procedures.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-260658-25
Datum uitspraak: 31 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 6 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 april 2017 door
the District Court of Legnica - III Criminal Department (Sąd Okręgowy w Legnicy - III Wydzial Karny), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De zitting van 3 december 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 3 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2] Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De tussenuitspraak van 17 december 2025
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. [3]
De zitting van 31 december 2025
De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Jonker, waarnemend voor mr. M. de Klerk, beiden advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.De tussenuitspraak van 17 december 2025

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3), deels over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro (paragraaf 4), en over de strafbaarheid van het feit (paragraaf 5). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

4.1
Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 4 van de tussenuitspraak van 17 december 2025. [4] De overwegingen in deze paragraaf worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.
In het bijzonder brengt de rechtbank in herinnering dat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen dat de Duitse veroordelingen van 17 december 2014 (
case ref. 7Cs170Js42176/14) en 28 mei 2025 (
case ref. 14Cs 170Js12077/15) mede aanleiding zijn geweest voor de beslissing tot tenuitvoerlegging van de straf die is opgelegd bij de beslissing van
the Regional Court of Legnicavan 14 november 2016. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat deze Duitse veroordelingen onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro vallen. De rechtbank beschikte echter niet over de voor deze toets benodigde informatie, zodat op dat moment niet kon worden beoordeeld of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedures die tot de Duitse veroordelingen hebben geleid, in acht zijn genomen. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en gelijk geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met informatie over de vraag of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.
In een mailbericht van 18 december 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC), onder verwijzing naar de tussenuitspraak, de volgende vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
“Could you fill in and return the model form of section D included as an annex to this email with regard to the judgements of the Courts in Germany (judgement of 17.12.2014, case ref. 7Cs170Js42176/14 and the jjudgement of 28.05.2015, case ref. 14Cs 170Js12077/15) by which Mr. [de opgeëiste persoon] was convicted of these new criminal offences?”
4.2
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat er geen antwoorden zijn ontvangen op de gestelde vraag, zodat niet kan worden beoordeeld of de opgeëiste persoon ten aanzien van de Duitse veroordelingen zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. De rechtbank is dan ook met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro moet worden geweigerd. De rechtbank ziet geen reden om van weigering af te zien in deze zaak.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 12 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the District Court of Legnica - III Criminal Department (Sąd Okręgowy w Legnicy - III Wydzial Karny), Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
HEFT OPde overleveringsdetentie van opgeëiste persoon.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. I. Verstraeten, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 17 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10140.
4.Rb. Amsterdam 17 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10140.