ECLI:NL:RBAMS:2025:10849

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/13/767338 / JE RK 25-235 en C/13/778962 / JE RK 25-843
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing trajectmachtiging tot uithuisplaatsing in gesloten en open jeugdhulpaccommodatie

De rechtbank Amsterdam behandelde twee procedures betreffende de uithuisplaatsing van een minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling verzochten verlenging en uitbreiding van de machtiging tot uithuisplaatsing, waaronder een gesloten plaatsing.

De minderjarige vertoont ernstig risicovol gedrag en onttrekt zich aan begeleiding in een open setting, met risico's zoals drugsgebruik en seksuele uitbuiting. De GI stelde dat alleen een gesloten accommodatie voldoende bescherming en behandeling kan bieden. De advocaat van de minderjarige benadrukte echter dat een open setting, mits passend, de voorkeur verdient en dat de minderjarige dit ook heeft laten zien tijdens een time-out op een andere open woongroep.

De kinderrechter oordeelde dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is, maar dat de route naar een open groep niet mag worden afgesneden. Daarom werd een trajectmachtiging toegekend die een gesloten plaatsing voor maximaal drie maanden toestaat, met de mogelijkheid om over te stappen naar een open groep zodra die beschikbaar is. De reguliere machtiging tot uithuisplaatsing geldt tot het einde van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter wijst een trajectmachtiging toe voor gesloten uithuisplaatsing met een maximale duur van drie maanden en aansluitende open plaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/13/767338 / JE RK 25-235 en C/13/778962 / JE RK 25-843
Datum uitspraak: 24 november 2025
Trajectmachtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp en aansluitend of in de plaats daarvan in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder
In de procedure met zaaknummer C/13/767338 van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Amsterdam,
hierna te noemen de Raad,
In de procedure met zaaknummer C/13/778962 van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI of WSJ,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M.G.C. van Riet uit Amsterdam.
De kinderrechter merkt in beide procedures naast [minderjarige] als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. E.K.A. van den Bos uit Amsterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt in de procedure met zaaknummer
C/13/767338de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 1 april 2025;
  • de beschikking van 6 mei 2025;
  • de evaluatie verloop uithuisplaatsing JBRA van 6 oktober 2025.
1.2.
De kinderrechter neemt in de procedure met zaaknummer
C/13/778962de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025;
  • de raadsrapportage van 1 april 2025;
  • het gezinsplan van JBRA van 1 oktober 2025;
  • de instemmingsverklaring van dr. I.A. Bok, onafhankelijk gedragswetenschapper, van 24 november 2025.
1.3.
Op 24 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • mr. M.G.C van Riet, namens [minderjarige] ;
  • de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [medewerker Raad voor de Kinderbescherming] , namens de Raad;
- [naam 1] , namens de GI.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter hetgeen hij van [minderjarige] mocht delen, samengevat. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van JBRA tot 6 mei 2026. De kinderrechter heeft in die beschikking JBRA ontslagen als uitvoerder van de ondertoezichtstelling en WSJ benoemt tot uitvoerder daarvan, vanaf het moment dat er een jeugdbeschermer bij WSJ beschikbaar is.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 op verzoek van de Raad een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 november 2025, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De overige inhoud van de beschikking dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
2.4.
Op grond van voorgaande machtiging verblijft [minderjarige] op dit moment bij [woongroep 1] te [locatie 1] .

3.De verzoeken

In de procedure met zaaknummer C/13/767338
3.1.
De Raad verzoekt het resterende deel van het verzoek toe te wijzen, inhoudende dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met zes maanden wordt verlengd.
In de procedure met zaaknummer C/13/778962
3.2.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twaalf maanden. Bij de mondelinge behandeling van dit verzoek heeft de GI het verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 6 mei 2026.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ten aanzien van de verzoeken het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd en haar veiligheid kan in een open setting niet langer worden gewaarborgd. De zorgen zijn complex en stevig verankerd in [minderjarige] ’s ontwikkelingsproblematiek. In de huidige open setting bij [woongroep 1] lukt het onvoldoende om [minderjarige] te begrenzen. Zij gebruikt vrijheden om zich aan toezicht te onttrekken, is steeds minder aanwezig op de groep en komt afspraken niet na. Gelet op de ernst van de risico’s, waaronder seksuele uitbuiting, vermissing, harddrugsgebruik, beïnvloeding door volwassenen, emotionele ontregeling en volledige schooluitval is een gesloten plaatsing op dit moment de enige setting waar [minderjarige] vierentwintig uur per dag beschermd kan worden. De GI wil vanuit de gesloten setting op zoek naar een open groep, maar op dit moment zijn er geen geschikte open groepen die plek hebben voor [minderjarige] .
4.2.
De Raad heeft ten aanzien van de verzoeken het volgende naar voren gebracht. Het is van groot belang dat [minderjarige] ergens wordt geplaatst waar zij veilig is. Op dit moment is een gesloten plaatsing de beste optie. Vanuit de gesloten plaatsing moet samen met [minderjarige] worden gekeken naar wat zij nodig heeft en welke vervolgplek voor haar geschikt is. [minderjarige] is gevoelig voor de wijze van bejegening vanuit haar groepsleiders. Bij [woongroep 1] ging het daarom niet goed. Het is dan ook niet in haar belang om haar terug te plaatsen bij [woongroep 1] .
4.3.
De advocaat van [minderjarige] heeft namens [minderjarige] naar voren gebracht dat zij behoefte heeft aan duidelijkheid en rust. [woongroep 1] was geen goede plek voor [minderjarige] , maar zij is verder prima in staat om in een open setting te verblijven. Dat heeft zij ook laten zien toen zij tijdens een time-out op de meidengroep van [woongroep 2] [locatie 2] verbleef. Op die locatie werd veel beter aangesloten bij wat [minderjarige] nodig heeft. [minderjarige] loopt dan niet weg.
Op dit moment is er echter geen andere geschikte open woongroep waar zij kan verblijven. Om er zeker van te zijn dat [minderjarige] wel een plek heeft om te verblijven, verzoekt de advocaat zowel de machtiging tot uithuisplaatsing als de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen. Vanuit de gesloten plaatsing kan worden gezocht naar een geschikte open setting waar [minderjarige] voor een langere periode kan verblijven.
4.4.
Namens en door de moeder is over de verzoeken het volgende naar voren gebracht. Moeder voelt zich dubbel over de gesloten plaatsing. Enerzijds is het dan zeker dat [minderjarige] veilig is en de juiste hulpverlening krijgt. Anderzijds vindt moeder dat [minderjarige] nog een kans verdient in de open setting. [minderjarige] is erg gevoelig voor de invulling van de begeleiding die zij op een groep krijgt. Als er een goede klik is, is de kans groter dat het verblijf daar goed verloopt.
4.5.
Vader heeft ten aanzien van de verzoeken het volgende naar voren gebracht. Vader heeft het liefst dat [minderjarige] in een open groep verblijft waarbij er duidelijke regels gelden zodat [minderjarige] niet zomaar naar buiten kan. Het zou vader voor nu meer rust geven als [minderjarige] gesloten wordt geplaatst.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft. Het is niet gebleken dat er op dit moment minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. Zoals door de GI naar voren gebracht, zijn er op dit moment grote zorgen omtrent [minderjarige] ’s veiligheid. [minderjarige] onttrekt zich aan begeleiding en is – soms dagenlang - ongeoorloofd afwezig, waarbij zij bij onbekenden verblijft. Er zijn signalen van harddrugsgebruik, manipulatie en risico op seksuele uitbuiting. [minderjarige] ’s veiligheid kan in een open setting niet langer worden gewaarborgd. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] ergens komt te wonen waar die veilige omgeving wel kan worden gewaarborgd, haar risicovolle contacten worden doorbroken, intensieve behandeling wordt opgestart en wordt gewerkt aan structuur, dagritme en herstel van haar ontwikkeling.
5.3.
Op dit moment is het nog onduidelijk wanneer er een plek is om [minderjarige] gesloten te plaatsen. Die plek kan pas volgens de GI pas worden aangezocht nadat de machtiging is afgegeven. Bij de mondelinge behandeling van de verzoeken is in dat kader afgesproken dat [minderjarige] tot het moment dat er een plek beschikbaar is bij haar nichtje [naam 2] verblijft. Allen betrokkenen alsook de kinderrechter zijn het erover eens dat het niet in [minderjarige] ’s belang is om haar terug te laten keren naar [woongroep 1] .
Omdat [minderjarige] bij een time-out op de woongroep [woongroep 2] [locatie 2] heeft laten zien dat zij op de juiste open woongroep geen wegloopgedrag vertoont, moet deze route niet worden afgesneden met het afgeven van een gesloten machtiging. Een plek op een open groep, mits passend bij [minderjarige] ’s persoon en zorgbehoeften, is minder ingrijpend en verdient om die reden juist de voorkeur. De kinderrechter vindt een ‘trajectmachtiging’ daarom het meest in haar belang. De trajectmachtiging biedt de mogelijkheid om invulling te geven aan het plan om [minderjarige] na of tijdens de gesloten plaatsing – die zo kort mogelijk dient te duren – over te plaatsen naar een open groep. De kinderrechter zal de machtiging voor wat betreft het gesloten deel toewijzen voor de duur van drie maanden, te weten tot 24 februari 2026. De reguliere machtiging tot uithuisplaatsing geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 6 mei 2026. Als [minderjarige] vóór het verstrijken van de einddatum van de gesloten machtiging bij een open groep terecht kan, dan vervalt de machtiging voor de gesloten plaatsing met ingang van de datum dat van de aansluitende machtiging voor plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder gebruik wordt gemaakt.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een trajectmachtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, en machtigt de gecertificeerde instelling aansluitend of in de plaats daarvan om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 24 november 2025 tot 6 mei 2026, met dien verstande dat de machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp geldt voor de maximale duur van drie maanden, te weten van 24 november 2025 tot 24 februari 2026;
6.2.
bepaalt dat de machtiging gesloten jeugdhulp vervalt met ingang van de datum dat de machtiging om [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te plaatsen ten uitvoer wordt gelegd;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. J.W.B. Snijders Blok, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes als griffier, en op schrift gesteld door mr. A.J.A. Diederen op 8 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).